NEW
Font size
S
M
L
XL
WorksheetsErfelijkheid
Total questions: 12
Worksheet time: 6mins
Name
Class
Date
1.
Veel mensen worden in een bepaalde fase van hun leven dikker. Sommigen komen dan veel aan, anderen maar weinig.
Is het, rekening houdend met het onderzoek, waarschijnlijk dat dit verschil in gewichtstoename bij verschillende mensen alleen wordt veroorzaakt door milieufactoren, alleen door het genotype of door beide?
Is het, rekening houdend met het onderzoek, waarschijnlijk dat dit verschil in gewichtstoename bij verschillende mensen alleen wordt veroorzaakt door milieufactoren, alleen door het genotype of door beide?
a)
door milieufactoren
b)
door het genotype
c)
door beide (hierboven genoemde)
2.
Kleurenblindheid is een recessieve aandoening. We kunnen dan zeggen dat kleurenblindheid ontstaat bij mensen met:
a)
Twee zwakke genen (a-a)
b)
Twee sterke genen (A-A)
c)
Twee ongelijke genen (A-a)
d)
Als hij altijd ziek wordt
3.
Bij maïsplanten komt een dominant gen R voor dat er voor zorgt dat maïskorrels heel hard worden. Een plant met genotype Rr wordt gekruisd met een andere plant met genotype Rr.
Hoeveel procent de maïsplanten in de F1 heeft harde zaden?
Hoeveel procent de maïsplanten in de F1 heeft harde zaden?
a)
25%
b)
50%
c)
75%
d)
82,2%
4.
In de afbeelding zie je schematisch hoe twee zaadcellen en twee eicellen ontstaan. De zaadcellen zijn via reductiedeling ontstaan uit dezelfde moedercel. De zaadcellen hebben waarschijnlijk ..... hetzelfde genotype.
a)
wel
b)
niet
5.
Je ziet in de afbeelding een krokusknol met enkele scheuten. De scheuten kunnen van de knol worden gehaald en verder groeien als afzonderlijke planten.
Welke bewering over de jonge planten is juist?
Welke bewering over de jonge planten is juist?
a)
De jonge planten ontstaan door geslachtelijke voortplanting en hebben allemaal een verschillend genotype.
b)
De jonge planten ontstaan door geslachtelijke voortplanting en hebben allemaal hetzelfde genotype.
c)
De jonge planten ontstaan door ongeslachtelijke voortplanting en hebben allemaal een verschillend genotype.
d)
De jonge planten ontstaan door ongeslachtelijke voortplanting en hebben allemaal hetzelfde genotype.
6.
Een buldog en een terriër werden gekruist. De fokkers kozen uit de nakomelingen alleen hondjes met bepaalde eigenschappen. Met die hondjes werd verder gefokt. Zo ontstond een nieuw ras: de Staffordshire bulterriër (zie de afbeelding).
Hoe wordt het genoemd als alleen dieren met bepaalde eigenschappen worden gebruikt om ermee te fokken?
Hoe wordt het genoemd als alleen dieren met bepaalde eigenschappen worden gebruikt om ermee te fokken?
a)
Kunstmatige selectie
b)
Veredeling
c)
Ongeslachtelijke voortplanting
d)
Perfectioneren
7.
Je ziet in de afbeelding een tomatenplant met enkele tomaten. In de tomaten zitten zaden. Uit de zaden kunnen zich nieuwe planten ontwikkelen.
Wat is juist?
Wat is juist?
a)
De jonge planten ontstaan door geslachtelijke voortplanting en hebben allemaal een verschillend genotype.
b)
De jonge planten ontstaan door geslachtelijke voortplanting en hebben allemaal hetzelfde genotype.
c)
De jonge planten ontstaan door ongeslachtelijke voortplanting en hebben allemaal een verschillend genotype.
d)
De jonge planten ontstaan door ongeslachtelijke voortplanting en hebben allemaal hetzelfde genotype.
8.
De Indische wandelende tak (zie de afbeelding) is een insect dat je als huisdier kunt houden. Een volwassen vrouwtje leeft enkele maanden en legt elke dag twee of drie eieren. De eieren hoeven niet te worden bevrucht. Uit elk eitje ontwikkelt zich een vrouwtje dat precies op de moeder lijkt.
Van welke vorm van voortplanting is hier sprake?
Van welke vorm van voortplanting is hier sprake?
a)
Geslachtelijke voortplanting
b)
Ongeslachtelijke voortplanting
9.
Bij welk type voortplanting hebben de nakomelingen altijd hetzelfde genotype als de oudergeneratie?
a)
Bij geslachtelijke voortplanting.
b)
Bij ongeslachtelijke voortplanting.
10.
De fuut is een watervogel die bijzonder balts- en paringsgedrag laat zien. Mannetjes maken indruk op de vrouwtjes. Vrouwtjes zijn erg kieskeurig. Wat is een nadeel van deze vorm van geslachtelijk voortplanten?
a)
Nakomelingen zijn anders dan de ouders
b)
Erg is een grote variatie
c)
Dieren kunnen nauwelijks aanpassen aan ziekten
d)
Partnerkeuze kost tijd
11.
Goed groeiende stukjes van de plant, vaak zogenaamde groeipunten, worden in watjes gelegd. De bedoeling is dat er nieuwe planten uit groeien. Over welke vorm van ongeslachtelijke voortplanting hebben we het hier?
a)
Stekken
b)
Weefselkweek
c)
Uitloperkweek
d)
Veredeling
12.
De komodovaraan (foto) komt op enkele kleine eilandjes bij Indonesië voor. De komodovaraan plant zich partenogenetisch voort. Dat wil zeggen: eieren hoeven niet bevrucht te worden, de dieren zijn man en vrouw tegelijk. De toekan is een grote vogel en leeft ook in dergelijke gebieden, hierbij zijn er wel mannen en vrouwen. Door klimaatverandering daalt de temperatuur 4 graden. Welke soort past zich het beste aan?
a)
Toekan
b)
Komodovaraan
c)
Geen van beide
d)
Beide
Reset
