wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Deel 3 : de zotste quiz

Total questions: 24

Worksheet time: 12mins

Name
Class
Date
1.
Wat is de functie van een 'lead'?
(Leesstrategieën)
a)
geeft extra uitleg en duiding bij het onderwerp van de tekst
b)
is een letterlijke uitspraak van iemand
c)
geeft aan waar de tekst vandaan komt
d)
leidt het artikel in en vat het kort samen
2.
Als je de tekst in de juiste context plaatst, de tekstsoort bepaalt en nagaat voor welk publiek de tekst bestemd is, welke leesstrategie pas je dan toe? 
(Leesstrategieën)
a)
Globaal lezen
b)
Oriënterend lezen
c)
Intensief lezen
d)
Kritisch lezen
3.
Een strip ga je...
(Leesstrategieën)
a)
Kritisch lezen
b)
Intensief lezen
c)
Genietend lezen
d)
Zoekend lezen
4.
Een schoolboek ga je...
(Leesstrategieën)
a)
Kritisch lezen
b)
Oriënterend lezen
c)
Globaal lezen
d)
Intensief lezen
5.
Je vorm over de tekst je eigen oordeel.
Welke strategie pas je dan toe?
(Leesstrategieën)
a)
Kritisch lezen
b)
Intensief lezen
c)
Zoekend lezen
d)
Oriënterend lezen
6.
Welk woord beantwoordt aan de definitie:
bekwaam, goed in wat je doet
(Leesstrategieën)
a)
competent
b)
materialistisch
c)
extravert
7.
Wat is de 'chapeau'? 
(Opmaak van een tekst) 
a)
de ondertitel
b)
de boventitel
c)
het lettertype
d)
de bladspiegel
8.
Wat is de 'denotatie' van een woord?
(Objectief en subjectief taalgebruik)
a)
de objectieve betekenis
b)
een positieve of negatieve gevoelswaarde
9.
Wat is de 'connotatie' van een woord? 
(Objectief en subjectief taalgebruik)
a)
de objectieve betekenis van een woord
b)
een subjectieve gevoelswaarde, die kan positief of negatief zijn
10.
Positief - Neutraal - Negatief
(Objectief en subjectief taalgebruik)
a)
wijf - dame - vrouw
b)
dame - vrouw - wijf
c)
vrouw - wijf - dame
d)
vrouw - dame - wijf
11.
Positief - Neutraal - Negatief
(Objectief en subjectief taalgebruik)
a)
je behoefte doen - plassen - pissen
b)
pissen - je behoefte doen - plasen
c)
je behoefte doen - pissen - plassen
d)
plassen - pissen - je behoefte doen
12.
De dierenarts heeft vandaag de poes laten inslapen. 
(Objectief en subjectief taalgebruik)
a)
Eufemisme
b)
Dysfemisme
13.
a)
Overdrijven
b)
Minimaliseren
14.
Houd je grote wafel!
(Objectief en subjectief taalgebruik)
a)
Eufemisme
b)
Dysfemisme
15.
In het bos staan grote...
(Tussenletters)
a)
paddenstoelen
b)
paddestoelen
16.
In de films van Harry Potter zitten enkele...
(Tussenletters)
a)
gedaanteverwisselingen
b)
gedaantenverwisselingen
17.
Ik geloof er geen... van!
(Tussenletters)
a)
Sikkenpit
b)
Sikkepit
18.
Dat kleine jongetje heeft al echte ...
(Tussenletters)
a)
Apenstreken
b)
Apestreken
19.
Die nieuwe ... hebben een mooie snit!
(Tussenletters)
a)
Agenteuniformrokjes
b)
Agentenuniformrokjes
20.
Als hij na het cafébezoek naar huis waggelt, zingt hij bijna altijd een ...
(Tussenletters)
a)
wiegenlied
b)
wiegelied
21.
"Romeo oh Romeo", riep Juliet in de ...
(Tussenletters)
a)
manenschijn
b)
maneschijn
22.
Volgens mij moet het ... goedkoper worden.
(BZL)
a)
openbaar
b)
beschikbaar
c)
thematisch
23.
Wat zal de directeur geven aan de leden van de leerlingenraad?
(BZL)
a)
toelichting
b)
onderscheid
c)
openbaarheid
24.
Het uitsterven van de ijsbeer moeten we proberen te ..
(BZL)
a)
VOORkomen
b)
voorKOMEN
c)
voorkomEN