NEW
Font size
S
M
L
XL
WorksheetsLatijn: Werkwoord
Total questions: 10
Worksheet time: 5mins
Name
Class
Date
1.
Wat is de praesensstam van het werkwoord vidēre, visi?
a)
vid-
b)
vide-
c)
vis-
d)
visi-
2.
Wat is de praesensstam van het werkwoord venire, veni? En wat de perfectumstam?
a)
pr: ven- en pf: ven-
b)
pr: veni- en pf: ven-
c)
pr: ven- en pf: veni-
d)
pr: veni- en pf: veni-
3.
Welke plusquamperfectumvorm is onjuist?
a)
audiveramus
b)
vocaverant
c)
dormiveras
d)
tenuverat
4.
Wat is de juiste plusquamperfectumvorm van venire, veni?
a)
veneram
b)
venieram
c)
veniveram
d)
venireram
5.
Welke van de onderstaande vormen maakt wel gebruik van de perfectumstam?
a)
venisti
b)
venire
c)
veniunt
d)
veniebant
6.
Welke van de woorden heeft een onregelmatige perfectumstam?
a)
clamare, clamavi
b)
dormire, dormivi
c)
respondēre, respondi
d)
terrēre, terrui
7.
In welke werkwoordsvorm wordt een bindvocaal gebruikt?
a)
saluto
b)
venis
c)
ridēre
d)
currunt
8.
Welke werkwoordsvorm maakt gebruik van de praesensstam?
a)
vetabant
b)
docuerant
c)
oravi
d)
duxistis
9.
Wat is/zijn de kenletters van het imperfectum?
a)
-b-
b)
-v-
c)
-(e)ba-
d)
-(i)ba-
10.
Wat is geen verschil tussen het imperfectum en het perfectum?
a)
Bij het perfectum staat altijd een klinker aan het begin van de uitgang, bij het imperfectum niet.
b)
Het perfectum kan een onregelmatige stam hebben, de uitgangen blijven hetzelfde. Het imperfectum heeft onregelmatige uitgangen, bijvoorbeeld bij zijn.
c)
Het imperfectum heeft kenletters tussen stam en uitgang, het perfectum niet.
d)
Het imperfectum maakt ook gebruik van de perfectumstam, maar plakt er -(e)ba- achter.
Reset
