WorksheetsBouw en werking van het oog. H4, deel 1
Total questions: 16
Worksheet time: 8mins
Name
Class
Date
1.
Met welk nummer is het harde oogvlies aangegeven?
a)
9
b)
12
c)
5
d)
8
2.
Met welk nummer is het glasachtige lichaam aangegeven?
a)
11
b)
2
c)
8
d)
12
3.
Met welk nummer wordt de pupil aangeven?
a)
11
b)
10
c)
12
d)
8
4.
Wat is nummer 1?
a)
Traanbuis
b)
Traanklier
c)
Ooglid
d)
Traanvat
5.
Wat is nummer 3?
a)
Traanbuis
b)
Traanklier
c)
Ooglid
d)
Traanvat
6.
Wat is de functie van onderdeel 3?
a)
Vocht aanmaken.
b)
Vocht afvoeren.
c)
Slijm afvoeren.
d)
Slijm aanmaken.
7.
De blinde vlek:
a)
Bevat geen zintuigcellen.
b)
Is bij blinde mensen groter.
c)
Is bij blinde mensen niet aanwezig.
d)
Bevat minder zintuigcellen.
8.
De iris:
a)
Regelt de druk in het oog.
b)
Regelt de hoeveelheid licht in het oog.
c)
Regelt de richting van het oog.
d)
Regelt de spierspanning in het oog.
9.
Als de lensbandjes zijn ontspannen dan is de ooglens:
a)
Bol
b)
Plat
c)
Dat is niet te zeggen.
10.
Wat kost meer kracht en energie?
a)
TV kijken
b)
Naar de blaadjes van bomen kijken.
c)
Een boek lezen.
11.
Het beeld dat zich op het netvlies vormt is:
a)
Omgekeerd
b)
Het zelfde
c)
Groter
12.
Rode ogen op een foto worden veroorzaakt door:
a)
Het nevlies
b)
Het glasachtig lichaam
c)
Het vaatvlies
d)
De iris
13.
Het boller en platter worden van de lens noemen we:
a)
Accomodaty
b)
Accomoderen
c)
Accomolatie
d)
Accodilatie
14.
Bij ver zien zijn de lensbandjes
a)
Ontspannen
b)
Strak getrokken
15.
Bij ver zien zijn de ogen
a)
In rust toestand
b)
Geaccommodeerd
16.
Bij ver zien zijn de lenzen
a)
Boller
b)
Zo plat mogelijk
100 %
