wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

TvG tijdvak 7.3 oud bestuur verlichte vorsten

Total questions: 17

Worksheet time: 7mins

Name
Class
Date
1.

Bestuursvormen, welke combinatie is juist?

a)

centralisatie - absolutisme - Ancien regime

b)

centralisatie - Ancien regime - absolutisme

c)

Ancien regime - centralisatie - absolutisme

d)

absolutisme - ancien regime - centralisatie

2.

De standenmaatschappij bestond uit

a)

Adel - geestelijkheid en burgers

b)

Adel - burgers en boeren

c)

Geestelijkheid - adel - boeren en burgers

d)

Boeren en burgers - adel - geestelijkheid

3.

De beroemdste en machtigste vorst van Frankrijk was

(a)  

4.

Lodewijk XIV - XV - XVI hadden een gemeenschappelijk probleem

a)

maîtresses

b)

rigoreuze verandering

c)

dure hofhouding en lege schatkist

d)

beste koningen die Frankrijk ooit heeft gehad

5.

De eerste stand, de geestelijkheid, was een gesloten stand. Je kwam er in vanuit de 2e stand. Door het ... kwamen er geen kinderen, dus geen aanvulling van de stand.

(a)  

6.

Vink aan wie in Frankrijk tot de eerste stand behoorden:

a)

paus

b)

bisschop

c)

kardinaal

d)

ridder

7.

Van aristocratische komaf betekent

a)

Dat je afkomstig bent uit de derde stand

b)

Dat je een inkomen hebt zo hoog als edelen

c)

Dat je beide ouders van adel zijn

d)

Dat je kinderen van adel zullen worden

8.

Geestelijk en adel hadden een belangrijk voordeel: ze hoefden geen belasting te betalen. Dat noemen we een

(a)  

9.

De tweede bestand, de adel bestond uit

a)

hoge en lage adel, + geestelijken

b)

hoge en decadente adel

c)

oude grootgrondbezitters en rijke ambtenaren, in de adelstand verheven

d)

Noblesse de robe, noblesse d'épée, noblesse feodale

10.

Dat de 3e stand zeer heterogeen was, betekent dat

a)

de 3e stand de meest omvangrijke groep was

b)

de 3e stand op verschillende manieren de politieke problemen aanpakken

c)

de 3e stand weinig verschil in rijkdom / armoede had

d)

de 3e stand bestond uit rijke kooplieden en bedelaars en alles wat daar tussen in zit

11.

In de Derde stand waren de rijke burgers die de meeste invloed hadden. In Frankrijk heetten zij de ...

(a)  

12.

Kerk en staat waren in Frankrijk met elkaar verweven, dat betekent dat

a)

de staat de kerk legitimeert

b)

de kerk de staat legitimeert

c)

de kerk met het Droit Divin de macht van de koning en de standenmaatschappij ondersteunt

d)

de staat en de kerk elkaar zoveel mogelijk tegen werken

13.

Welke uitspraken over Pruisen zijn waar? (meer dan 1 mogelijk)

a)

Pruisen en Duitsland waren de twee grootmachten in Midden-Europa

b)

Pruisen was geen onderdeel van het Heilige Roomse Rijk

c)

Pruisen en Berlijn waren in Duitsland elkaar concurrent

d)

de keurvorst van Pruisen woonde in Berlijn

14.

Welk begrip past niet bij de Republiek voor 1795?

a)

eenheidsstaat

b)

statenbond

c)

regenten

d)

stadhouder

e)

gewestelijke staten

15.

De grootste tegenstelling in de Republiek was

a)

Willem III tegen de stadhouders

b)

Regenten tegen het stadhouderloostijdperk

c)

prinsgezinden tegen de staatsgezinden

d)

oude en nieuwe plooi tegen de regenten

16.

De bekendste verlicht despoot was de Pruisische koning ...

(a)  

17.

Niets door het volk, alles voor het volk was typisch een uitspraak van

a)

verlichte filosofen

b)

verlichte edelen en geestelijken

c)

koningen die het goede voor hadden met hun volk

d)

koningen die koste wat koste alleen aan de macht willen blijven, als absoluut vorst