NEW
Font size
S
M
L
XL
WorksheetsBidden, vechten, werken
Total questions: 22
Worksheet time: 12mins
Name
Class
Date
1.
De tijd van monniken en ridders vormt de start van de:
a)
Oudheid
b)
Middeleeuwen
c)
Nieuwe tijd
d)
Prehistorie
2.
In welk jaar begon de tijd van monniken en ridders?
a)
400
b)
500
c)
600
d)
700
3.
Van wanneer tot wanneer duurde de tijd van monniken en ridders?
a)
400 n.C. tot 950 n.C.
b)
500 n.C. tot 1000 n.C.
4.
Hoe noemen we mannen die in een klooster leven?
a)
Nonnen
b)
Priesters
c)
Pastoren
d)
Monniken
5.
Wat is een geestelijke?
a)
Iemand die het land bestuurd
b)
Iemand die moslim is
c)
Iemand die in dienst is van de kerk
d)
Iemand die christen is
6.
Wat deden monniken NIET in het klooster?
a)
Oude boeken overschrijven
b)
Voedsel en kruiden verbouwen
c)
Mooie beelden maken
d)
Heel veel bidden
7.
Waarom begon Karel de Grote het leenstelsel?
a)
Omdat hij een enorm gebied had om te besturen en hij dit alleen kon met een groot en betrouwbaar leger.
b)
Omdat hij een enorm gebied had om te besturen en hij dit niet alleen wilde doen
c)
Omdat hij zijn grond wilde onderverdelen onder zijn leenmannen omdat ze zulke goede leenmannen waren
d)
Omdat hij graag belasting wilde ontvangen en daarom zijn land uitleende.
8.
Waar was het buitenverblijf van Karel de Grote?
a)
Arnhem
b)
Maastricht
c)
Heerlen
d)
Nijmegen
9.
Waar stond het paleis van Karel de Grote?
a)
Maastricht.
b)
München
c)
Berlijn.
d)
Aken
10.
Wat is een horige?
a)
Iemand die luistert naar zijn baas.
b)
Een vrije boer.
c)
Een boer die niet vrij was.
d)
Een ander woord voor een edele.
11.
Wat is een domein?
a)
Hier stond de hoeve van de heer
b)
Moerassen en bossen
c)
Gebied waar een heer de baas was.
d)
Gebied waar boerderijtjes van de boeren en hun gezinnen stonden
12.
In de tijd van monniken en ridders gingen boeren op domeinen wonen omdat...
a)
De mooiste huizen op het domein van de heer stonden
b)
Je op een domein zeker wist dat je altijd genoeg te eten had
c)
mensen dachten/hoopten dat het leven op een domein veiliger was.
d)
mensen het belangrijk vonden om bij elkaar te wonen
13.
Herendiensten zijn...
a)
Betaalde klusjes die de Heer voor de horigen moet doen
b)
Betaalde klusjes die horigen voor de heer moeten doen.
c)
Onbetaalde klusjes die de Heer voor de horigen moet doen
d)
Onbetaalde klusjes die horigen voor de heer moeten doen.
14.
De heer, zijn soldaten en horigen woonden samen op ...
a)
Het stadje
b)
Het hof
c)
Het domein
d)
Het hele grondgebied
15.
De drie standen in de middeleeuwen waren.....
a)
Koningen, monniken en boeren
b)
Keizers, paus en kardinalen en boeren
c)
Geestelijkheid, adel en boeren
d)
Ridders, Boeren en Horigen
16.
Wat is de juiste volgorde van standen:
a)
1. Adel, 2. Geestelijken, 3. Boeren
b)
1. Adel, 2. Boeren, 3. Geestelijken
c)
1. Geestelijken, 2. Boeren, 3. Adel
d)
1. Geestelijken, 2. Adel, 3. Boeren
17.
Welke profeet verspreidde het geloof in de Islam?
a)
Abu Bakr
b)
Mohammed
c)
Ali
d)
Achmed
18.
Wat is geen onderdeel van de Vijf Zuilen?
a)
Er is maar één god, Allah
b)
Geef aan armen en zieken
c)
Geen varkensvlees eten
d)
Bid vijfmaal per dag naar Mekka
19.
Hoe heet het belangrijkste boek van de Islam?
a)
Koran
b)
Bijbel
c)
Thora
d)
De Islam heeft geen belangrijk boek
20.
De Arabieren moesten van Mohammed zo slim mogelijk worden
a)
Waar
b)
Niet waar
21.
Waar leefden de Vikingen NIET?
a)
België
b)
Noorwegen
c)
Denemarken
d)
Zweden
22.
Wat deden de Vikingen NIET tijdens hun tochten?
a)
Handel drijven
b)
Dorpen platbranden
c)
Er blijven wonen
d)
Op vakantie gaan
Reset
