NEW
Font size
S
M
L
XL
WorksheetsWoordsoorten
Total questions: 10
Worksheet time: 5mins
Name
Class
Date
1.
Op school zijn repetities voor de musical Hair.
a)
musical = znw, Hair=eigennaam
b)
musical en Hair zijn allebei znw
c)
musical = bnw, want het zegt iets over Hair
2.
De meeste leerlingen komen met de fiets naar school. Hoeveel voorzetsels zitten er in deze zin?
a)
4
b)
2
c)
1
d)
Geen
3.
Wat een mooie, originele, leuke en goede boektrailers hebben jullie gemaakt!
a)
In deze zin staan veel bijvoeglijke naamwoorden.
b)
In deze zin staan vooral zelfstandige naamwoorden.
c)
Deze zin mist een voorzetsel.
4.
Een zelfstandig naamwoord kun je in het meervoud zetten en je kunt er een verkleinwoord van maken.
a)
Juist
b)
Onjuist, een zelfstandig naamwoord kan nooit een verkleinwoord zijn.
5.
Het meisje pakt een bekertje met water en zet haar tas neer.Welke zelfstandige naamwoorden staan er in deze zin?
a)
meisje, bekertje, water, tas
b)
water, tas
c)
haar, meisje
6.
In de tuin van de buren zie ik een vogel die ik nooit eerder heb gezien.
de tuin--> de=
een vogel--> een=
a)
de=bepaald lw, een=onbepaald lw
b)
Allebei onbepaalde lidwoorden.
c)
de=onbepaald lw, een=bepaald lw
7.
Ajax heeft volgende week een wedstrijd in Groningen.
a)
Ajax en Groningen=znw
b)
Ajax=znw, Groningen=een plaats
8.
De meeste voorzetsels kun je voor een lidwoord en zelfstandig naamwoord plaatsen.
a)
Juist.
b)
Onjuist, na een voorzetsel volgt nooit een lidwoord.
9.
Op welke manieren kun je controleren of je te maken hebt met een zelfstandig naamwoord?
a)
Kijken of er twee voorzetsels in de buurt staan.
b)
Het woord in een andere tijd zetten.
c)
Een lidwoord ervoor zetten en er meervoud van maken.
10.
De nieuwe fiets staat in de tuin.
a)
De=LW, nieuwe=BNW, fiets=ZNW, in=VZ en de=LW
b)
De=VZ, nieuwe=ZNW, fiets=ZNW, in=LW, de=VZ, tuin=ZNW
c)
De=LW, nieuwe=BNW, fiets=VZ, in=VZ en de=LW
Reset
