wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

TvG havo tijdvak 7 par 2 en 3

Total questions: 25

Worksheet time: 13mins

Name
Class
Date
1.
Verlichting is een ontwikkeling die aansluit op
a)
Ontdekkingsreizen
b)
Absolutisme
c)
Renaissance
d)
Reformatie
2.
Vorsten kozen soms voor een variant op de Verlichting, namelijk...
a)
pro-Absolutisme
b)
Verlicht absolutisme
c)
Romantiek
d)
dictatuur
3.
John Locke bracht als ideeën in
a)
trias politica
b)
volkssouvereiniteit
c)
tolerantie
d)
iedereen, inclusief de koning gelijk voor de wet
4.
Tolerantie werd uitgedacht door
a)
Voltaire
b)
Locke
c)
Rousseau
d)
Montesquieu
5.
Montesquieu werd bekend door toepassing van zijn ideeën in...
a)
alleen in de VS
b)
VS en Nederland
c)
Duitsland en Turkije
d)
Engeland en Egypte
6.
Trias Politica onderscheid 3 machten, welke hoort er niet bij
a)
wetgevende macht
b)
ambtelijke macht
c)
uitvoerende macht
d)
rechterlijke macht
7.
Bij welke macht hoort de koning in Nederland?
a)
wetgevende macht
b)
uitvoerende macht
c)
rechterlijke macht
8.
Het woord Parlement heeft veel invullingen, welke hoort er niet bij?
a)
kabinet
b)
volksvertegenwoordiging
c)
senaat
d)
eerste en tweede kamer
9.
Welk idee is niet van Rousseau? 
a)
alle mensen zijn van nature gelijk
b)
volkssouvereiniteit
c)
godsdienstvrijheid
d)
wil van de meerderheid
10.
De invloed van de Verlichting werkt door tot in 
a)
de 19e eeuw
b)
de 20e eeuw
c)
de 21e eeuw
d)
oneindig
11.
Het Ancien Regime slaat op
a)
het Franse parlement
b)
het Franse koningshuis
c)
het Romeinse Rijk
d)
de Oude Regering
12.
De 18e eeuwse standenmaatschappij kende vele groepen mensen maar niet de
a)
Geestelijkheid
b)
Adel
c)
burgerij
d)
arbeiders
13.
welke van de volgende zinnen is juist? Waardoor werden de ideeën van de Verlichting verspreid?
a)
door brieven
b)
door brieven en de Encyclopedie
c)
door kranten en tijdschriften
d)
alle antwoorden zijn goed
14.
De leus van de Verlichte absolute vorsten was ...
a)
alles voor, maar niet door het volk
b)
alles door en voor het volk
c)
alle macht aan de koning
d)
burgers krijgen stemrecht
15.
Welke filosoof stond in contact met de Pruisische koning Frederik de Grote?
a)
Rousseau
b)
Montesquieu
c)
Locke
d)
Voltaire
16.
Voltaire en Frederik de Grote waren het over 1 ding erg eens
a)
alles voor en door het volk
b)
gewone mensen zijn te onwetend voor politieke invloed
c)
eerst investeren in onderwijs
d)
algemeen stemrecht
17.

De standenmaatschappij was in de 18e eeuw nog erg belangrijk. Welke groep hoort niet in de standen thuis?

a)

adel

b)

boeren

c)

geestelijken

d)

dagloners

e)

burgers

18.

De Derde stand bestond uit boeren en burgers. De rijke burgerij noemen we de (a)  

19.

Pruisen is

a)

een koninkrijk in Duitsland

b)

een provincie in Duitsland

c)

een stad in Duitsland

d)

een koning in Berlijn

20.

Belangrijke burgers in de Republiek (Nederland) noemen we

(a)  

21.

Welke combinatie is juist?

a)

Republiek en Frankrijk eenheidstaat

b)

Republiek en Frankijk statenbond

c)

Republiek eenheidsstaat - Frankrijk statenbond

d)

Republiek statenbond - Frankrijk eenheidsstaat

22.

Toen stadhouder Willem III in 1702 kinderloos overleed, volgde in de Republiek van 1702 tot 1747 het (tweede) (a)  

23.

Koning Frederik II werd ook wel de Kartoffelkönig genoemd. Welke groep mensen was daar erg blij mee?

a)

de adel

b)

de boeren

c)

de geestelijken

d)

de groenteboeren

24.

De bestuursvorm van Pruisen onder koning Frederik II was niet zoals in Frankrijk absolutistisch, maar ...

(a)  

25.

Dit gebouw in de VS is onderdeel van het bestuur van de VS. Welke van de trias politica + functie van het gebouw

(a)