NEW
Font size
S
M
L
XL
WorksheetsMiddeleeuwen
Total questions: 10
Worksheet time: 3mins
Name
Class
Date
1.
Waarom is het bijzonder dat Willem aan het begin van Reinaert de Vos met zijn eigen naam begint?
a)
De naam van de schrijver ging meestal door de jaren heen verloren.
b)
Boeken waren meestal namens de gemeenschap of God geschreven.
c)
Normaal begonnen boeken altijd met een spreuk uit de Bijbel.
d)
Willem liet nooit zijn naam achter bij de door hem gemaakte werken.
2.
Wat wordt er bedoeld met het ‘vete-recht’, dat in de vroege Middeleeuwen wijdverbreid?
a)
Het recht om wraak te nemen op gelijke manier.
b)
Het recht van spreken op de plaatselijke markt namens de leenheer.
c)
Het recht om een stuk land te bewerken en geen oogst te hoeven afstaan aan de leenheer.
d)
Het recht om namens God of de kerk boeken te mogen schrijven.
3.
Hoe luiden de eerste drie woorden van het oudste Nederlandse zinnetje? Wat is de vertaling hiervan?
a)
'Hebban olla vogala...' - 'Hebben alle vogels'.
b)
'Hebban illo vogala...' - 'Hebben alle vogels'.
c)
'Habben olla vogala...' - 'Vliegt elke vogel'.
4.
Bruun gebruikte op het erf van Lamfroit het volgende spreekwoord: ‘matigheid is onder alle omstandigheden goed’. Waarom spreekt deze uitspraak tegen met Bruuns voorkomen?
a)
Bruun schept op over de hoeveelheid honing die hij eet, hij houdt helemaal geen rekening met de "matigheid".
b)
Bruun komt aan op het erf van Lamfroit met een grote parade. Dat is zeker geen "matige" entree.
c)
Bruun is erg bijdehand en uitbundig. Hij houdt zijn eigen mening niet graag voor zich. Dat is zeker niet "matig".
5.
Welk van de dieren die Reinaert komt dagvaarden weet hem uiteindelijk mee te krijgen naar het hof?
a)
Bruun de beer
b)
Tibeert de kater
c)
Grimbeert de das
d)
Isengrijn de wolf
6.
Hoe bezegelde de koning en Reinaert hun "contract"?
a)
Doormiddel van een strohalm.
b)
Een schriftelijk contract op perkament.
c)
Via Facebook.
d)
Het houden van een uitgebreid diner.
7.
Waarom was het mecenaat zo belangrijk voor Middeleeuwse auteurs?
a)
Perkament en inkt waren erg duur.
b)
Hierdoor had je zekerheid dat de adel het zou lezen.
c)
Je wist zeker dat je werk geplaatst zou worden in een kerkelijke ruimte.
d)
Het geleverde werk zou goed bewaard blijven, waardoor de boeken lang mee gingen.
8.
In welke 3 standen en volgorde was het land verdeeld in de middeleeuwen?
a)
De geestelijke, de adel en de burgerij.
b)
De adel, de geestelijke en de burgerij.
c)
God, de leenheer en de leenman.
d)
De leenheer, de leenman en de burgerij.
9.
Waar ligt de grote schat volgens Reinaert?
a)
Kriekeputte.
b)
Blaasdal.
c)
Antwerpse Vallei.
d)
Mirdonck.
10.
Van wie kreeg koning Karel de Grote de titel 'Keizer'?
a)
Van de Paus.
b)
van Willibrord.
c)
van Caesar.
d)
van P. Paay.
Reset
