wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

8. De apostrof

Total questions: 12

Worksheet time: 24mins

Name
Class
Date
1.
Duid de zin aan die correct is gespeld.
a)
Peters beide opa's zijn op dezelfde dag jarig.
b)
Peters's beide opa's zijn op dezelfde dag jarig.
c)
Peters' beide opas zijn op dezelfde dag jarig.
d)
Peter's beide opa's zijn op dezelfde dag jarig.
2.
Duid de zin aan die correct is gespeld.
a)
Zebras, okapis en chimpansees zijn Afrikaanse diersoorten.
b)
Zebra's, okapi's en chimpansee's zijn Afrikaanse diersoorten.
c)
Zebra's, okapis en chimpansees zijn Afrikaanse diersoorten.
d)
Zebra's, okapi's en chimpansees zijn Afrikaanse diersoorten.
3.
Duid de zin aan die correct is gespeld.
a)
s' Morgens heeft Lucas' vader vaak last van een ochtendhumeur.
b)
's Morgens heeft Lucas' vader vaak last van een ochtendhumeur.
c)
'S morgens heeft Lucas' vader vaak last van een ochtendhumeur.
d)
's Morgens heeft Lucas vader vaak last van een ochtendhumeur.
4.
Duid de zin aan die correct is gespeld.
a)
De politie heeft tien gestolen Porsche's en Ferrari's teruggevonden.
b)
De politie heeft tien gestolen Porsches en Ferraris teruggevonden.
c)
De politie heeft tien gestolen Porsches en Ferrari's teruggevonden.
d)
De politie heeft tien gestolen Porsche's en Ferraris teruggevonden.
5.
Duid de zin aan die correct is gespeld.
a)
Die muziekliefhebber kent alle liedjes van Adele's cd's.
b)
Die muziekliefhebber kent alle liedjes van Adeles cds.
c)
Die muziekliefhebber kent alle liedjes van Adeles cd's.
d)
Die muziekliefhebber kent alle liedjes van Adele's cds.
6.

Duid de zin aan die correct is gespeld.

a)

'K maak nog te veel fouten in mijn dictee's.

b)

'k Maak nog te veel fouten in mijn dictees.

c)

'k Maak nog te veel fouten in mijn dictee's.

d)

ik maak nog te veel fouten in mijn dictees.

7.
Duid de zin aan die correct is gespeld.
a)
In Kaatjes kleerkast liggen tientallen oude T-shirts.
b)
In Kaat's kleerkast liggen tientallen oude T-shirts.
c)
In Kaatje's kleerkast liggen tientallen oude T-shirts.
d)
In Kaatjes' kleerkast liggen tientallen oude T-shirts.
8.
Duid de zin aan die correct is gespeld.
a)
Op kleine babytjes passen is één van mijn hobbys.
b)
Op kleine baby'tjes passen is één van mijn hobby's.
c)
Op kleine babytjes passen is één van mijn hobby's.
d)
Op kleine babytje's passen is één van mijn hobby's.
9.
Duid de zin aan die correct is gespeld.
a)
Charlottes collegas zijn heel sympathiek.
b)
Charlotte's collega's zijn heel sympathiek.
c)
Charlottes collega's zijn heel sympathiek.
d)
Charlotte's collegas zijn heel sympathiek.
10.
Duid de zin aan die correct is gespeld.
a)
Ken jij cafés die 's maandags open zijn?
b)
Ken jij café's die s' maandags open zijn?
c)
Ken jij café's die 's maandags open zijn?
d)
Ken jij cafés die 's maandag's open zijn?
11.
Duid de zin aan die correct is gespeld.
a)
T' is fijn wanneer het s' winters sneeuwt.
b)
'T is fijn wanneer het 's winters sneeuwt.
c)
't Is fijn wanneer het 's winters sneeuwt.
d)
't Is fijn wanneer het s winters sneeuwt.
12.
Duid de zin aan die correct is gespeld.
a)
Voor hun prestaties werden de jockeys beloond met enkele mooie cadeaus.
b)
Voor hun prestatie's werden de jockey's beloond met enkele mooie cadeau's.
c)
Voor hun prestaties werden de jockey's beloond met enkele mooie cadeaus.
d)
Voor hun prestaties werden de jockeys beloond met enkele mooie cadeau's.