WorksheetsStappenplannen I
Total questions: 9
Worksheet time: 3mins
Name
Class
Date
1.
Stappenplan scanteksten: Als de vraag is: wie is er positief of wie is er negatief? Wat doe je dan volgens het stappenplan?
a)
Alle teksten helemaal lezen.
b)
Van ieder stukje tekst de laatste zin lezen.
c)
Van ieder stukje tekst de eerste en laatste zin lezen.
d)
Elk stukje tekst scannen op signaalwoorden.
2.
Stappenplan scanteksten: Als de vraag is: wie is er uitsluitend positief of negatief? Welk signaalwoord moet je dan niet in de tekst tegenkomen?
a)
auch
b)
zudem
c)
aber
d)
außerdem
3.
Stappenplan gatenteksten: Als de antwoordenopties signaalwoorden zijn, welke tactiek volg je dan volgens het stappenplan?
a)
Lezen tot de zin met het gat + één zin.
b)
De eerste en laatste zin van de betreffende alinea lezen.
c)
Kijken of je een dubbele punt ziet, daar staat het antwoord.
d)
De zin met het gat lezen + de zin ervoor.
4.
Stappenplan gatenteksten: Als de zin met het gat aan het eind van de alinea staat, wat doe je dan volgens het stappen plan?
a)
Dan lees je de hele alinea terug.
b)
Dan lees je ook de volgende alinea.
c)
Dan moet je gokken.
d)
Dan ga je op zoek naar signaalwoorden.
5.
Stappenplan gatenteksten: Als de antwoordenopties geen signaalwoorden zijn, wat doe je dan volgens het stappenplan?
a)
Lezen tot de zin met het gat + één zin.
b)
Zin met het gat lezen + zin ervoor.
c)
Ook de volgende alinea lezen.
d)
Opzoek gaan naar signaalwoorden.
6.
Hoe lang duurt het examen Duits?
a)
120 minuten
b)
150 minuten
c)
180 minuten
d)
te lang
7.
Waarom is het van belang om te weten hoelang het examen duurt?
a)
Dan weet je wanneer je weg kunt.
b)
Dan weet je hoeveel teksten je krijgt.
c)
Dan weet je hoeveel minuten je per vraag hebt.
d)
Dan weet je hoe vaak je het woordenboek kunt gebruiken.
8.
Als bij een gatentekst de antwoordenopties signaalwoorden zijn, wat doe je dan?
a)
Lezen tot de zin met het gat + één zin.
b)
De vraag overslaan.
c)
De zin met het gat lezen en de zin er voor.
d)
Kijken naar de zin met de tegenstelling.
9.
Als er wordt gevraagd naar de hoofdgedachte van een alinea, welk leesteken kan je dan helpen het juiste antwoord te vinden?
a)
?
b)
:
c)
!
d)
@
100 %
