Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Vermogens- en loonkosten

Total questions: 10

Worksheet time: 7mins

Name
Class
Date
1.
Welke van onderstaande kosten hoort niet bij de vermogenskosten?
a)
Interestkosten
b)
Notariskosten i.v.m. afsluiten lening
c)
Pacht grond
d)
Provisie bank voor afsluiten lening
2.
Welke van onderstaande kosten hoort wel bij de kosten voor arbeid?
a)
Sociale lasten
b)
Assurantiekosten
c)
Milieuheffingen
d)
Onderhoudskosten
3.
De loonkosten in Nederland zijn over het algemeen ongeveer 30% hoger dan het brutoloon.
a)
Goed
b)
Fout
4.
Zijn de stellingen juist?
I. De balanspost 'nog te betalen interest' staat aan de creditkant van de balans.
II. De balanspost 'nog te betalen interest' wordt steeds lager, totdat de interest weer betaald wordt.
a)
Beide stellingen zijn juist
b)
Beide stellingen zijn onjuist
c)
Alleen stelling I is juist
d)
Alleen stelling II is juist
5.
Zijn de stellingen juist?
I. De AOW, ANW en WIA behoren tot de volksverzekeringen.
II. De sociale premies voor de volksverzekeringen worden door zowel de werknemer als de werkgever betaald.
a)
Beide stellingen zijn juist
b)
Beide stellingen zijn onjuist
c)
Alleen stelling I is juist
d)
Alleen stelling II is juist
6.
Brutoloon - loonheffing werknemersaandeel = nettoloon.
a)
Goed
b)
Fout
7.
Welke van onderstaande kosten betaalt de werkgever niet?
a)
Pensioenpremie
b)
Brutoloon
c)
Aandeel in loonheffing
d)
Alle bovenstaande kosten betaalt de werkgever.
8.
Pieter wil fietsen verkopen voor de prijs van €800,-. De inkoopwaarde van de fietsen is €500. Pieter wil dat de winstopslag minimaal 50% van de inkoopprijs is. Maakt hij genoeg winst?
a)
Ja
b)
Nee
9.
Zijn de stellingen juist?
I. Om het nieuwe EV te berekenen doen we EV oud + nettowinst.
II. Bruto resultaat -  bedrijfskosten = nettoresultaat.
a)
Beide stellingen zijn juist
b)
Beide stellingen zijn onjuist
c)
Alleen stelling I is juist
d)
Alleen stelling II is juist
10.
Pieter heeft op 1/1/2016 een 10%-lening bij de bank afgesloten voor €200.000 met een looptijd van 20 jaar. Aan het einde van elk jaar lost hij een gelijk bedrag af en betaalt hij de interest over het afgelopen jaar. Welk bedrag moet hij op 31/12/2017 betalen?
a)
€19.000,-
b)
€10.000,-
c)
€29.000,-
d)
€30.000,-