NEW
Font size
S
M
L
XL
WorksheetsDeeltjesmodel
Total questions: 10
Worksheet time: 4mins
Name
Class
Date
1.
Welk punt hoort niet bij het deeltjesmodel?
a)
Iedere stof is opgebouwd uit hele kleine deeltjes, moleculen.
b)
Elke stof heeft zijn eigen soort moleculen.
c)
Moleculen hebben altijd dezelfde snelheid.
d)
Moleculen trekken elkaar aan.
2.
Wat voor soort verschijnsel is een faseverandering?
a)
scheikundig
b)
natuurkundig
c)
biologisch
3.
In welke fase zijn de aantrekkingskrachten het grootst?
a)
vaste fase
b)
vloeibare fase
c)
gasfase
d)
alle fasen
4.
Als je water kookt, gaat het verdampen. Wat gebeurt er dan met de snelheid van de moleculen?
a)
De moleculen gaan sneller bewegen.
b)
De moleculen gaan langzamer bewegen.
c)
De snelheid blijft gelijk.
5.
Wat gebeurt er met de aantrekkingskracht tussen de moleculen van water als het bevriest?
a)
De aantrekkingskracht wordt groter.
b)
De aantrekkingskracht wordt kleiner.
c)
De aantrekkingskracht blijft gelijk.
6.
Een stuk zeep ruikt vaak lekker. In welke fase is een stof die je ruikt?
a)
vaste fase
b)
vloeibare fase
c)
gasfase
7.
Voor welke fase gebruiken we de letter s?
a)
vaste fase
b)
vloeibare fase
c)
gasfase
8.
Welke moleculen zitten er in suikerwater?
a)
suikerwatermoleculen
b)
alleen suikermoleculen
c)
suikermoleculen en watermoleculen
9.
Bij welke faseovergang gaan de moleculen sneller bewegen?
a)
stollen
b)
rijpen
c)
verdampen
d)
condenseren
10.
Bij welke faseovergang worden de aantrekkingskrachten tussen de moleculen groter?
a)
smelten
b)
condenseren
c)
verdampen
d)
vervluchten/sublimeren
Reset
