NEW
Font size
S
M
L
XL
WorksheetsSpelling week 20 2F
Total questions: 10
Worksheet time: 5mins
Name
Class
Date
1.
De scheidsrechter ........ eerlijk spel. (gebieden)
a)
gebiedt
b)
gebiet
c)
gebied
2.
Daar op die vuilnisbak ligt ........ jas.
a)
Rudolf's
b)
Rudolfs
3.
Hij hoort een ........ op de radio.
a)
inteview
b)
intevieuw
c)
interview
d)
intervieuw
4.
Het vlees wordt ........ op de barbecue.
a)
gegrilt
b)
gegrilled
c)
gegrilld
d)
gegrild
5.
Hier ........ een gezellig haardvuur.
a)
brand
b)
brandt
c)
brant
6.
(Leestekens.) De prijswinnaars zijn........ Fred, Theo en Annelies.
a)
. (punt)
b)
, (komma)
c)
; (puntkomma)
d)
: (dubbele punt)
7.
We voetballen tegen een team uit Amsterdam. Het gaat goed, want ........ staan twee doelpunten achter.
a)
hun
b)
hen
c)
zij
8.
Deze school heeft nog een echte ........ in dienst.
a)
conciërge
b)
concherge
c)
concherche
d)
concièrge
9.
Dit flatgebouw heeft vijftien ........ .
a)
étage's
b)
étages
c)
etage's
d)
etages
10.
Vroeger ........ wij weleens een heel varken.
a)
brade
b)
braadden
c)
braden
d)
braadde
Reset
