wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Rekenen cito herhaling

Total questions: 10

Worksheet time: 3hrs 30mins

Name
Class
Date
1.
Rosalie gaat 6 weken op vakantie. De helft van deze vakantie gaat ze in Nederland kamperen. De andere helft in Duitsland. Hoeveel dagen is ze in Duitsland?
a)

21

b)
42
c)
36
d)
44
2.
Max koopt een televisie van 389 euro en een nieuwe computer van 150 euro. Hoeveel moet hij betalen?
a)
550
b)
539
c)

552

d)
555
3.
Bram gaat zijn geld ruilen bij de bank. Hij heeft 2 munten van 2 euro, 2 munten van 50 cent en 5 munten van 20 cent. Hij krijgt van de bank 1 biljet terug. Welk biljet?
a)
10 euro
b)
20 euro
c)
5 euro
d)
50 euro
4.
Roy heeft 1 kilo zand nodig. In zijn tuin ligt 85 gram. Hoeveel gram heeft hij nog nodig?
a)
915
b)
885
c)
15 gram
d)
740
5.
De groentenboer heeft nog 10 zakken appels over. In elke zak zitten 14 appels. Hoeveel appels zijn dit in totaal?
a)
140
b)
145
c)
410
d)
114
6.
Jorn moet om half 8 op school zijn. Het is een kwartier fietsen. Hoe laat moet Jorn van huis weg?
a)
kwart over 8
b)
kwart voor 8
c)
kwart voor 7
d)
kwart over 7
7.
Het is nu zo laat. Om 00:30 moet Job naar bed. Hoeveel tijd heeft hij nog?
a)

15 minuten

b)

20 minuten

c)

25 minuten

d)

35 minuten

8.
Mama heeft een sjaal gebreit van 612 centimeter.
Hoeveel meter is dat ongeveer?
a)
6
b)
610
c)
600
9.
Tel terug met sprongen van 25:
950 - 925 - 900 -?
a)
850
b)
875
c)
880
d)
860
10.

Het is vandaag vrijdag 4 november.

Over 2 weken moet Tom naar de kapper. Welke datum is dat?

a)
18 november
b)
11 november
c)
7 november
d)
12 november