wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Schrijven

Total questions: 41

Worksheet time: 21mins

Name
Class
Date
1.
Bij een persoonlijke brief zijn er veel vaste regels waar je je aan moet houden.
a)
Niet waar
b)
Waar
2.
Bij het schrijven van een zakelijke brief, zet je je eigen adres
rechts tegen de kantlijn;
a)
waar, dit moet rechts
b)
niet waar, dit moet links
3.
De lay-out die tegenwoordig het vaakst wordt gebruikt, is de 'Amerikaanse indeling nieuwe stijl'
a)
Klopt
b)
Klopt niet
4.
De volgorde van de eerste drie vaste onderdelen in een zakelijke brief is: afzender, geadresseerde, plaats en datum
a)
Alle drie correct
b)
De middelste is niet goed
c)
Alle drie fout
5.
De volgorde vanaf het vierde vaste onderdeel is: aanhef, onderwerp
a)
Juist
b)
Nee, de volgorde is: onderwerp, aanhef
6.
Een aanhef is 
a)
de afzender
b)
degene aan wie je schrijft
7.
Het onderwerp beschrijf je door in de brief ........... te zetten
a)
vermelding
b)
betreft
c)
gaat over
8.
Na de aanhef volgt?
a)
het middenstuk
b)
een inleidende zin of zinnen
c)
de datum
9.
Het middenstuk schrijf je als 1 stuk
a)
Ja, dat is duidelijk
b)
Nee, je maakt alinea's
10.
Na het middenstuk zet je een slotgroet
a)
Ja, dit klopt
b)
Nee, dit klopt niet
11.
Na het middenstuk zet je een afsluitende zin of zinnen
a)
Correct
b)
Niet juist
12.
Voor de naam van de ontvanger kan T.a.v. (met hoofdletter) worden ingevoegd, maar dat is niet per se nodig.
a)
Dit is juist.Het geven van de naam maakt al duidelijk voor wie de brief bedoeld is.
b)
T.a.v. moet je altijd schrijven
13.
Als het geslacht van de ontvanger onbekend is, gebruik dan ;
De heer of mevrouw.
a)
Juist
b)
Niet juist
14.
Tussen de postcode en de plaatsnaam staan in Nederlandse brieven drie spaties.
a)
Nee, het is 1 spatie
b)
Nee, het zijn 2 spaties
15.
De plaatsnaam is helemaal in hoofdletters als de brief in een vensterenveloppe verstuurd wordt. Als dat niet het geval is zijn de  hoofdletters niet nodig.
a)
Klopt niet
b)
Klopt wel
16.
De naam van de maand wordt met grote letters geschreven
a)
Nee, met kleine letters
b)
De maand zet je in cijfers
c)
Dit is juist
17.
Het jaartal bestaat uit vier cijfers. Dit schrijf je voluit in letters.
a)
Klopt niet. Jaartal zet je in cijfers
b)
Klopt helemaal
18.
Bij een persoonlijke brief hoef je geen adres te schrijven
a)
klopt
b)
klopt niet
19.
Een zakelijke brief is meestal handgeschreven
a)
Ja, dit is netter
b)
Nee, een zakelijke brief is meestal getypt
20.
In een brief maak je de zinnen extra lang
a)
Ja, dit is overzichtelijk
b)
Nee. De zinnen moet je niet te lang maken
21.
Na een punt volgt in een brief altijd een hoofdletter
a)
Correct
b)
Niet correct
22.
persoonsnamen-eigennamen van onder meer (unieke) gebouwen-aardrijkskundige namen, schrijf je met een hoofdletter 
a)
Waar
b)
Niet waar
23.
Deze zin begint goed: En hij heeft het boek gelezen.
a)
Nee, 'en' is een voegwoord
b)
Ja, deze zin is goed
24.
Is deze zin goed? Omdat hij het naar zijn zin had, gaf hij een feest.
a)
Ja, deze zin is goed
b)
Nee, deze zin is helemaal fout.
c)
Je kan beter schrijven: Hij gaf een feest, omdat hij het naar zijn zin had. Omdat is namelijk een voegwoord
25.
Waardoor is deze zin niet prettig om te lezen?
Toen ging hij naar de markt en toen kocht hij appels en toen liep hij naar zijn moeder en toen dronk hij koffie en toen ging hij naar huis.
a)
Hetzelfde woord 'toen' is te vaak gebruikt
b)
Waarom is de zin niet prettig om te lezen, dan?
26.
Als de schrijver  informatie wil geven en de tekst alleen feiten en geen meningen bevat, dan heb je te maken met een?
a)
overtuigende tekst ( betoog)
b)
meninggevende tekst( beschouwing)
c)
informerende tekst (uiteenzetting)
27.
De schrijver geeft informatie en verschillende meningen die met die informatie te maken hebben. Hij zegt niet welke mening de juiste is.
a)
Beschouwing (meninggevende tekst)
b)
Betoog( overtuigende tekst)
c)
Uiteenzetting( informerende tekst)
28.
De schrijver wil iets bewijzen: het doel is de lezer te overtuigen. Hij kan de mening van een ander noemen en direct vertellen waaorm die mening niet goed is
a)
informerende tekst
b)
meninggevende tekst
c)
overtuigende tekst
29.
Woorden die je gebruikt om duidelijk te maken waarom dat jouw mening is, noemen we ?
a)
informeren
b)
argumenten
c)
tegenargumenten
30.
Bij argumenten moet je op de volgende dingen letten:
a)
Je argument moet al ergens beschreven zijn, zodat je het kunt checken
b)
Je argument moet waar zijn en te maken hebben met het onderwerp
31.
Als het je persoonlijke mening is, dan mag je dat als argument gebruiken
a)
Nee, het moet voor iedereen waar zijn
b)
Ja, maar je moet dan wel aangeven dat het jouw persoonlijke mening is.
32.
Bij de opbouw van een tekst gebruik je dit om te vertellen waar de tekst over gaat.
a)
Middenstuk
b)
Slot
c)
Inleiding
33.
Bij de opbouw van een tekst gebruik je dit om datgene waar de tekst over gaat uitgebreid te beschrijven.
a)
Slot
b)
Inleiding
c)
Middenstuk
34.
Bij de opbouw van een tekst gebruik je dit om de tekst af te ronden, eventueel de tekst samen te vatten of met een conclusie te komen.
a)
Inleiding
b)
Middenstuk
c)
Slot
35.
De schrijver wil je ergens van op de hoogte stellen. Het schrijfdoel is:
a)
informatie geven
b)
mening geven
c)
vermaken
d)
overtuigen
36.
De schrijver wil dat je het leuk vindt om de tekst te lezen.Het schrijfdoel is:
a)
vermaken
b)
overhalen
c)
overtuigen
d)
informatie geven
37.
De schrijver wil dat jij het met hem eens bent. Het schrijfdoel is:
a)
vermaken
b)
overtuigen
c)
overhalen
d)
mening geven
38.
De schrijver wil graag dat jij iets doet.Het schrijfdoel is:
a)
vermaken
b)
informatie geven
c)
mening geven
d)
overhalen
39.
Als iemand reclame maakt en wil dat jij iets gaat kopen, welk schrijfdoel gebruikt hij dan?
a)
informatie geven
b)
vermaken
c)
mening geven
d)
overhalen
40.
Hieraan kun je vaak al zien over welk onderwerp de tekst over gaat. 
a)
Aan de inleiding 
b)
Aan de kop
c)
Aan het slot
d)
Aan het middenstuk
41.
Op de afbeelding zie je een zakelijke email. Is deze afbeelding helemaal juist?
a)
Ja
b)
Nee