wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

ExPrep: Questions

Total questions: 15

Worksheet time: 8mins

Name
Class
Date
1.
According to the writer...
a)
verklaren
b)
op neerkomen
c)
volgens
d)
verwijzen naar
2.
How does the writer account for..?
a)
verwijzen naar
b)
verklaren
c)
citeren
d)
weergeven
3.
What do his words amount to?
a)
tegenover staan
b)
verwijzen naar
c)
op neerkomen
d)
onderzoeken
4.
What is said in connection with...?
a)
met betrekking tot
b)
in aanmerking nemend
c)
verwijzen naar
d)
dienen ertoe om
5.
Considering the whole text...?
a)
duidelijk maken
b)
schetsen
c)
in aanmerking nemend
d)
vervangen door
6.
What is ... meant to convey?
a)
duidelijk maken
b)
onderzoeken
c)
samenvatten
d)
ondersteunen
7.
What does the writer imply?
a)
suggereren
b)
beweren
c)
verklaren
d)
citeren
8.
What does 'them' refer to?
a)
verwijzen naar
b)
ondersteunen
c)
beschouwen
d)
op neerkomen
9.
How can paragraph 2 be summarized?
a)
schetsen
b)
samenvatten
c)
ondersteunen
d)
beschouwen
10.
What view is expressed in...?
a)
bewering
b)
verklaring
c)
conclusie
d)
opvatting
11.
What is expressed in lines 8-9?
a)
besluiten
b)
duidelijk maken
c)
ondersteunen
d)
met betrekking tot
12.
In what respect does the writer agree...?
a)
met betrekking tot
b)
wat is de kern van
c)
in welk opzicht
d)
op neerkomen
13.
Why does he quote...?
a)
beschouwen
b)
schetsen
c)
samenvatten
d)
citeren
14.
What problem does the writer outline?
a)
schetsen
b)
verklaren
c)
samenvatten
d)
beweren
15.
What is said with regard to...?
a)
met betrekking tot
b)
op neerkomen
c)
naar voren brengen
d)
in aanmerking nemen