NEW
Font size
S
M
L
XL
WorksheetsVoorkennis H3 Chemie havo
Total questions: 12
Worksheet time: 3mins
Name
Class
Date
1.
Elke reactie met zuurstof is een verbranding.
a)
Waar
b)
Niet waar
2.
Bij een onvolledige verbranding van een koolwaterstof ontstaan
a)
koolstof, koolstofmono-oxide en water
b)
koolstofdioxide en water
3.
Om een stof te laten verbranden moet je de stof eerst aansteken. Welke uitspraak is juist?
a)
Verbrandingsreacties zijn endotherm.
b)
Verbrandingsreacties zijn exotherm.
4.
Wat is de naam van de stof met de volgende molecuulformule: SO2
a)
Koolstofdioxide
b)
Zwaveldioxide
c)
Zwaveloxide
d)
Koolstofoxide
5.
Wat is het elementsymbool van broom?
a)
Br
b)
Br2
6.
Welke scheidingsmethode is gebaseerd op het verschil in kookpunt?
a)
Destillatie
b)
Extractie
c)
Chromatografie
d)
Absorptie
7.
Welke van de onderstaande stoffen is een koolwaterstof?
a)
C(s)
b)
H2(g)
c)
C8H18(l)
d)
C2H5OH(l)
8.
Benzine is een mengsel van koolstofverbindingen. Benzine heeft dus een
a)
kooktraject
b)
kookpunt
9.
Bij de volledige verbranding van een bepaalde koolstofverbinding ontstaan CO2 en H2O. Welke conclusie is juist?
a)
De brandstof bevat alleen koolstof- en waterstofatomen.
b)
De brandstof bevat koolstof- en waterstofatomen en kan ook zuurstof atomen bevatten
10.
Een explosie is een verbranding.
a)
Waar
b)
Niet waar
11.
Welke bindingen komen voor tussen de moleculen van een moleculaire stof?
a)
Atoombindingen
b)
Molecuulbindingen
12.
Welke van de onderstaande stoffen is geen moleculaire stof?
a)
CS2(g)
b)
C10H22(l)
c)
CaCO3(s)
d)
C3H7OH(l)
Reset
