wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Prijsdiscriminatie / Productdifferentiatie

Total questions: 6

Worksheet time: 6mins

Name
Class
Date
1.

Twee beweringen over prijsdiscriminatie:

I. Prijsdiscriminatie houdt in: verschillende prijzen voor verschillende producten.

II. Prijsdiscriminatie kan alleen als deelmarkten van verschillende afnemersgroepen volledig gescheiden kunnen worden.

Welke bewering(en) is/zijn goed?

a)

Beide beweringen zijn juist.

b)

Bewering I is juist, bewering II is onjuist.

c)

Bewering II is juist, bewering I is onjuist.

d)

Beide beweringen zijn onjuist.

2.

Een "doe-het-zelf" winkel voert de actie 'Aanschaf tuinmeubel met 25% korting'. De korting geldt alleen voor een aankoop voor 9.30 uur op zaterdag 31 maart 2012; één per klant en de verkoop wordt op naam vastgelegd.


Dit is een voorbeeld van..

a)

Prijsdiscriminatie.

b)

Productdifferentiatie.

c)

Beide.

3.

Zie afbeelding voor de prijslijst van een theaterconcert in Orpheus. Jongeren in het bezit van een CJP kaart hebben recht op 10% korting op de aanschafprijs van een ticket. Bij dit theaterconcert is er sprake van...

a)

prijsdiscriminatie.

b)

productdifferentiatie.

c)

zowel prijsdiscriminatie als productdifferentiatie.

4.

Twee beweringen over prijsdiscriminatie en productdifferentiatie:

I. Zowel prijsdiscriminatie als productdifferentiatie is een manier voor aanbieders om hun winst te verhogen.

II. Bij productdifferentiatie is het van belang dat doorverkoop tussen verschillende deelmarkten onmogelijk is.

Welke bewering(en) is/zijn goed?

a)

Beide beweringen zijn juist.

b)

Bewering I is juist, bewering II is onjuist.

c)

Bewering II is juist, bewering I is onjuist.

d)

Beide beweringen zijn onjuist.

5.

Welke term hoort bij het groen gearceerde deel in de afbeelding? De monopolist stelt in dit geval zijn prijs zodanig vast dat de winst maximaal is.

a)

Consumentensurplus

b)

Winst

c)

Omzet

d)

Producentensurplus

6.

De bijgevoegde afbeelding toont de prijslijst voor een enkele reis van Apeldoorn naar Amersfoort bij de NS. Van welke vorm van prijspolitiek is hier sprake?

a)

Prijsdiscriminatie

b)

Productdifferentiatie

c)

Beide