NEW
Font size
S
M
L
XL
WorksheetsBrandaan groep 5 thema 1
Total questions: 13
Worksheet time: 10mins
Name
Class
Date
1.
Vroeger was Nederland vaak gedurende duizenden jaren bedekt onder een dikke laag sneeuw en ijs. Zo'n tijd noemen we ...
a)
een koude periode
b)
een ijstijd
c)
een vrieskoude
2.
Wat zien we nu nog in Nederland, wat afkomstig is uit deze periodes van sneeuw en ijs?
a)
heuvels en zwerfkeien
b)
rivieren en grafheuvels
c)
meren en zwerfkeien
3.
Hoeveel jaar geleden was de laatste koude periode?
a)
ongeveer 15.000 jaar geleden
b)
ongeveer 50.000 jaar geleden
c)
ongeveer 100.000 jaar geleden
4.
Wat is een toendra?
a)
een grote vlakte met ijsbergen
b)
een grote vlakte met hier en daar een iglo
c)
een grote vlakte met sneeuw en ijs en kleine mosplantjes
5.
Welke dieren leefden op de toendra's?
a)
olifanten, sabeltandtijgers, wolharige neushoorns en rendieren
b)
mammoeten, siberische tijgers, wolharige neushoorns en rendieren
c)
mammoeten, sabeltandtijgers, wolharige neushoorns en rendieren
6.
Toen het warmer werd, kwamen er meer plantensoorten en dieren. Ook trokken er mensen naar het gebied dat nu Nederland heet. Deze tijd heet ...
a)
de voorhistorie
b)
de prehistorie
c)
de ontstaanhistorie
7.
De eerste mensen in Nederland leefden van de jacht en van wat ze konden vinden in de natuur. Ze waren ...
a)
jagers en verzamelaars
b)
jagers en boeren
c)
vissers en boeren
8.
De rendierjagers waren nomaden. Dit betekent dat ze ...
a)
heel goed waren in het maken van huizen.
b)
nergens bang voor waren, niet voor de wilde dieren en voor de kou.
c)
als het voedsel ergens op was, de mensen verder trokken en dat ze in tenten of grotten woonden.
9.
De mensen uit deze tijd konden niet schrijven. Toch weten we iets van hun leven. Dat komt dankzij ...
a)
de overgebleven resten van hun huizen.
b)
de vondsten van archeologen en rotstekeningen.
c)
de verhalen, die deze mensen steeds doorverteld hebben.
10.
De jagers en verzamelaars werden boeren, omdat ...
a)
ze ontdekten dat je granen en zaden kon zaaien en zo planten kon laten groeien.
b)
ze ontdekten hoe ze een boerderij moesten bouwen.
c)
ze ontdekten dat ze van dit werk minder moe werden.
11.
De boeren gingen ook dieren houden als schapen, koeien en geiten. Ze deden dit voor ...
a)
hun kinderen, zodat ze een huisdier hadden.
b)
het vlees, de wol en de melk.
c)
de verkoop van de dieren op de markt.
12.
Welk dier werd tam gemaakt en werd later als het eerste huisdier gehouden?
a)
het rendier
b)
de wolharige neushoorn
c)
de wolf
13.
Iemand die zoekt naar de resten van vroeger. Naar scherven, botten, bijlen, messen en sieraden, noemen we een ...
a)
psycholoog
b)
archeoloog
c)
pedagoog
Reset
