WorksheetsKennismakingsquiz
Total questions: 11
Worksheet time: 6mins
Name
Class
Date
1.
Wat vieren we op 21 juli?
a)
De eedaflegging van koning Leopold I
b)
De start van de Belgische revolutie
c)
De inwerkingtreding van de Grondwet
d)
De onafhankelijkheidsverklaring
2.
Welk recht wordt niet aan de Belgen toegekend in de Grondwet?
a)
Het briefgeheim
b)
Het eigendomsrecht
c)
Het recht op een eerlijk proces
d)
Het recht op een menswaardig leven
3.
Welke bepaling hoort niet thuis in een Grondwet?
a)
"
België is een federale Staat, samengesteld uit de gemeenschappen en de gewesten."
België is een federale Staat, samengesteld uit de gemeenschappen en de gewesten."
b)
§ 5. De eerste voorzitter van het Hof van Cassatie, de eerste voorzitters van de hoven en de voorzitters van de rechtbanken worden door de Koning in deze functies aangewezen onder de voorwaarden en op de wijze bij de wet bepaald. Deze aanwijzing geschiedt op gemotiveerde voordracht van de bevoegde benoemings- en aanwijzingscommissie, bij een tweederde meerderheid overeenkomstig de modaliteiten bij de wet bepaald en na afweging van de bekwaamheid en geschiktheid. Deze voordracht kan enkel worden geweigerd op de wijze bij de wet bepaald en mits motivering.
c)
§ 1. Er is een Regering van de Vlaamse Gemeenschap en een Regering van de Franse Gemeenschap, waarvan de samenstelling en de werking worden bepaald door de wet, aangenomen met de in artikel 4, laatste lid, bepaalde meerderheid.
d)
Ieder heeft het recht een menswaardig leven te leiden.
Ieder heeft het recht een menswaardig leven te leiden.
4.
Welke bepaling hoort niet thuis in een Grondwet?
a)
"
België is een federale Staat, samengesteld uit de gemeenschappen en de gewesten."
België is een federale Staat, samengesteld uit de gemeenschappen en de gewesten."
b)
§ 5. De eerste voorzitter van het Hof van Cassatie, de eerste voorzitters van de hoven en de voorzitters van de rechtbanken worden door de Koning in deze functies aangewezen onder de voorwaarden en op de wijze bij de wet bepaald. Deze aanwijzing geschiedt op gemotiveerde voordracht van de bevoegde benoemings- en aanwijzingscommissie, bij een tweederde meerderheid overeenkomstig de modaliteiten bij de wet bepaald en na afweging van de bekwaamheid en geschiktheid. Deze voordracht kan enkel worden geweigerd op de wijze bij de wet bepaald en mits motivering.
c)
§ 1. Er is een Regering van de Vlaamse Gemeenschap en een Regering van de Franse Gemeenschap, waarvan de samenstelling en de werking worden bepaald door de wet, aangenomen met de in artikel 4, laatste lid, bepaalde meerderheid.
d)
Ieder heeft het recht een menswaardig leven te leiden.
Ieder heeft het recht een menswaardig leven te leiden.
5.
De minister van justitie maakt deel uit van
a)
De wetgevende macht
b)
De uitvoerende macht
c)
De rechterlijke macht
d)
Geen enkel antwoord is corrct
6.
Sinds wanneer mogen Belgische vrouwen stemmen?
a)
1831
b)
1893
c)
1919
d)
1948
7.
Hoeveel taalgebieden zijn er in België?
a)
2
b)
3
c)
4
d)
5
8.
Van welke internationale organisatie is België geen lid?
a)
NAVO
b)
G20
c)
Raad van Europa
d)
De eurogroep
9.
Welk artikel staat NIET in de Belgische grondwet?
a)
Ieder heeft het recht verzoekschriften, door een of meer personen ondertekend, bij de openbare overheden in te dienen.
b)
Ieder kiezer heeft recht op slechts één stem.
c)
Wanneer vooruitzicht bestaat dat een opvolger zal ontbreken, kan deze worden benoemd bij een wet. Het voorstel wordt door of vanwege de Koning ingediend. Na de indiening van het voorstel worden de kamers ontbonden. De nieuwe kamers beraadslagen en besluiten ter zake in verenigde vergadering. Zij kunnen het voorstel alleen aannemen met ten minste twee derden van het aantal uitgebrachte stemmen.
d)
De Koning voert het bevel over de krijgsmacht, stelt de staat van oorlog vast alsook het einde van de vijandelijkheden.
10.
Kan de regering in het geval van een terroristische aanslag de Grondwet tijdelijk buiten werking stellen
a)
Ja
b)
Nee
11.
De Raad van State is
a)
Een rechtbank
b)
Een orgaan van het parlement
c)
Een vergadering van de ministers van staat
d)
Geen van de bovenstaande
100 %
