wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Mavo 2 Woordjes H. 1 Lezen

Total questions: 30

Worksheet time: 15mins

Name
Class
Date
1.
Als je snel vaststelt of een tekst bruikbaar is en 
kijkt naar:
-Titel
– Flaptekst
– Lead
Eerste alinea
– Inhoudsopgave
– Tussenkoppen
– Schrijver
dan ben je 
a)
studerend aan het lezen
b)
oriënterend aan het lezen
c)
globaal aan het lezen
2.
Het onderwerp van een tekst is waar de tekst over gaat
a)
Waar
b)
Niet waar
3.
Het onderwerp van de tekst vind je in het middenstuk
a)
waar
b)
niet waar
4.
Het onderwerp van een tekst vind je in 
a)
de inleiding
b)
het middenstuk
c)
het slot
5.
Verschillende delen van het onderwerp noem je ook wel? 
a)
kopjes
b)
middenstukjes
c)
deelonderwerpen
6.
Wat kan soms helpen om de deelonderwerpen te vinden>
a)
De hele tekst 3x lezen
b)
goed kijken naar de tussenkopjes
c)
het slot lezen
7.
Hij is iemand die tot diep in de nacht bezig blijft. Hij is een
a)
nachtwaker
b)
nachtslaper
c)
nachtbraker
8.
Zij leert altijd heel erg goed, want zij wil later veel bereiken. Zij is erg 
a)
asymmetrisch
b)
ambitieus
c)
raar
9.
Die hond helpt hem met praktische zaken.
a)
handige
b)
vieze
c)
leuke
10.
Hij kan een heleboel dingen. Hij
a)
heeft heel wat in zijn mars
b)
zet iedereen in het zonnetje
c)
staat graag in het middelpunt
11.
Zij heeft op het nippertje de drenkeling gezien.
a)
iemand die altijd dronken is
b)
iemand die veel denkt
c)
iemand die bijna verdrinkt
12.
Haar gezicht is na haar facelift niet zo mooi geworden. Het is nu erg asymmetrisch.
a)
vaal
b)
grauw en dof
c)
onmogelijk
d)
ongelijk
13.
Zij heeft beslist gekozen voor deze talentgroep.
a)
ambitieus
b)
meestal
c)
sowieso
d)
absoluut
14.
Die spijkerbroek is helemaal grauw en dof geworden in de was
a)
kapot
b)
vaal
c)
fraai
15.
Toen zij een 10 haalde voor haar eerste SO, was zij  erg onder de indruk.
a)
teleurgesteld
b)
nietsvermoedend
c)
beduusd
16.
Een alinea wordt gescheiden door een
a)
dikke streep
b)
nummers
c)
witregel
17.
Vinden van hoofdzaken
Lees:– Eerste en laatste alinea
– Eerste en slotzinnen van alinea’s
a)
Studerend lezen
b)
Oriënterend lezen
c)
Globaal lezen
18.
Deze popgroep gaat vaak op tournee.
a)
rondvraag
b)
rondreis
c)
eet graag tournedos
19.
De vrouw kreeg vandaag een onderscheiding en
a)
werd in het zonnetje gezet
b)
sloeg op hol
c)
had heel wat in haar mars
20.
Zij had niets in de gaten, maar de docent had allang gezien dat zij zat te spieken.
a)
was helemaal beduusd
b)
was praktisch
c)
was nietsvermoedend
21.
Hij had heel goed geleerd en zou hoe dan ook een voldoende halen
a)
eindeloos
b)
eindelijk
c)
sowieso
d)
sowieweiter
22.
Aan die toets leek geen einde te komen.
a)
eindeloos
b)
eind goed al goed
c)
absoluut
23.
Het paard schrok van het geluid en sloeg op hol
a)
sprong in de sloot
b)
sloeg alarm 
c)
sprong van de hol
d)
ging er vandoor
24.
Hoe noem je de afbeelding?
a)
interview
b)
instructie
c)
nieuwsbericht 
d)
uitnodiging
25.
Hoe noem je de afbeelding?
a)
instructie
b)
uitnodiging
c)
interview
d)
nieuwsbericht
26.
Hoe noem je de afbeelding?
a)
instructie
b)
interview
c)
nieuwsbericht
d)
uitnodiging
27.
Wat zijn WH vragen? Waar is het een afkorting van?
a)
Welke-wie-wens- waarom-hoe-wegens
b)
wat-welke-hoelang- waartoe-wegens
c)
Wat-wie-waar-wanneer-waarom- hoe
28.
Als de schrijver je met een tekst wil vermaken, dan wil hij je 
a)
informatie geven
b)
actief mee laten doen
c)
amuseren
29.
Ongeveer 90 % van de leerlingen studeert hard voor de toets.
a)
circa
b)
cirkel
c)
wegens
30.
De manier om een voldoende te halen is herhalen, herhalen, herhalen.
a)
advertentie
b)
wegen
c)
test
d)
het principe