wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Taal - blok 1 - klas 3 kader

Total questions: 10

Worksheet time: 6mins

Name
Class
Date
1.
Je leest een woord die je niet kent, wat doe je dan als eerste?
a)
Je kijkt naar bekende stukjes in het woord
b)
Je leest een stukje terug of verder en kijkt of het wordt uitgelegd
c)
Je kijkt naar bekende plaatjes bij de tekst
d)
Je vraagt de betekenis of zoekt de betekenis op in het woordenboek
2.
Wat zijn homoniemen?
a)
Woorden met één betekenis
b)
Woorden met twee of meer betekenissen
c)
Woorden die hetzelfde klinken, maar die je anders schrijft
3.
Bekijk de afbeelding, dit een voorbeeld van een
a)
Synoniem
b)
Homoniem
c)
Homofoon
4.
bank [de; meervoud: bankenzitmeubel voor meer dan één persoon; kantoor waar je geld kunt sparen en lenen
a)
Homoniem
b)
Homofoon
c)
Synoniem
5.
Mijn tante lacht altijd heel hard. (hard = luid)
Mijn hart klopt heel snel. (hart = lichaamsdeel)
a)
Homoniem
b)
Homofoon
c)
Synoniem
6.
Mijn zusje snapt niets van het journaal, omdat het taalgebruik niet aansluit bij haar leeftijd. 
Wat is de betekenis van aansluit bij?
a)
Aaneen
b)
Woorden die je gebruikt om iets te zeggen
c)
Alles bij elkaar
d)
Passen bij
7.
Het lukt Joost niet om een samenhangend verhaal te vertellen. Ik begrijp niets van zijn warrige verslag.
Wat is de betekenis van 
samenhangend?
a)
Aaneen
b)
Woorden die je gebruikt om iets te zeggen
c)
Alles bij elkaar
d)
Passen bij
8.
Dexter kiest nooit de verkeerde woorden. Hij denkt altijd goed na over de goede formulering.
Wat is de betekenis van 
formulering?
a)
Aaneen
b)
Woorden die je gebruikt om iets te zeggen
c)
Alles bij elkaar
d)
Passen bij
9.
Al mijn armbandjes zijn anders, maar samen vormen ze een mooi geheel.
Wat is de betekenis van 
geheel?
a)
Aaneen
b)
Woorden die je gebruikt om iets te zeggen
c)
Alles bij elkaar
d)
Passen bij
10.
Welk woord moet op de stippellijntjes?
Om over te gaan dit jaar mag je .......... twee onvoldoendes staan.
a)
Minimaal
b)
Maximaal