wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

H3 NOVA 4e druk ho. 1

Total questions: 19

Worksheet time: 24mins

Name
Class
Date
1.
Een takje breekt, doordat je erop gaat staan. Waaraan zie je dat er een kracht werkt?
a)
elastische vervorming
b)
plastische vervorming
c)
verandering van beweging
d)
er werkt geen kracht
2.
Wat is geen kracht?
a)
veerkracht
b)
zwaartekracht
c)
gewicht
d)
massa
3.
Bij een schaal van 1 cm = 20 N, hoe lang moet een kracht van 80 N dan zijn?
a)
0,25 cm
b)
0,5 cm
c)
4 cm
d)
80 cm
4.
Wat is de eenheid van gewicht?
a)
kilogram
b)
Newton
c)
meter
d)
Newton per centimeter
5.
Twee krachten van 60 N en 20 N werken precies tegen elkaar in. Hoe groot is de nettokracht?
a)
0 N
b)
20 N
c)
40 N
d)
80 N
6.
Hoe groot is de zwaartekracht op een appel van 200 g?
a)
0,196 N
b)
1,96 N
c)
19,6 N
d)
1960 N
7.
Een veer rekt 5 cm uit, als je er met 10 N aan trekt. Hoe groot is de veerconstante?
a)
0,5 N/cm
b)
2 N/cm
c)
15 N/cm
d)
50 N/cm
8.
Een veer met een veerconstante van 20 N/m wordt 10 cm uitgerekt. Hoe groot is de kracht?
a)
0,005 N
b)
0,5 N
c)
2 N
d)
200 N
9.
Wat geldt bij een hefboom?
a)
De linker kracht is gelijk aan de rechter kracht.
b)
Hoe groter de arm, hoe groter de benodigde kracht.
c)
Hoe groter de arm, hoe kleiner de benodigde kracht.
d)
F : d = F : d
10.
Jip (45 kg) zit 1,2 m van het midden van een wip. Hoe ver moet Janneke (32 kg) zitten om evenwicht te maken?
a)
1,7 m
b)
0,85 m
c)
1,2 m
d)
1,5 m
11.
Hoe heet de kracht waarmee de grond tegen jou duwt, als je erop staat?
a)
zwaartekracht
b)
gewicht
c)
normaalkracht
d)
middelpuntzoekende kracht
12.
Je hand duwt met een kracht van 240 N op 15 cm van het draaipunt van een nijptang. Hoe groot is de kracht op een spijker op 2,5 cm van het draaipunt?
a)
1200 N
b)
40 N
c)
3600 N
d)
600 N
13.
Welke formule klopt niet?
a)
W = F x s
b)
F = W / s
c)
s = W / F
d)
F = s / W
14.
Een baksteen van 2 kg wordt 0,5 m opgetild. Bereken de arbeid.
a)
1 Nm
b)
9,8 Nm
c)
39,2 Nm
d)
4 Nm
15.
Vul aan: als je met een werktuig de kracht 2 keer zo klein maakt, wordt de afstand......
a)
2 keer zo klein
b)
2 keer zo groot
c)
4 keer zo klein
d)
4 keer zo groot
16.
Luuk tilt met deze takel een voorwerp van 50 kg op. Hoe groot is de benodigde kracht?
a)
490 N
b)
245 N
c)
980 N
d)
2,6 N
17.
Joost tilt met deze takel een voorwerp 2 m op. Hoeveel meter touw moet hij inhalen?
a)
0,25 m
b)
4 m
c)
6 m
d)
8 m
18.
Als de hendel van een krik 40 cm omlaag gaat, gaat de auto (8 kN) 2 cm omhoog. Bereken Fspier.
a)
0,2 kN
b)
0,4 kN
c)
8 kN
d)
160 kN
19.
Een kist van 300 N wordt langs een helling van 2,4 m lang omhoog gerold tot 0,9 m hoog. Bereken W. Verwaarloos wrijving.
a)
720 N
b)
270 N
c)
112,5 N
d)
800 N