NEW
Font size
S
M
L
XL
WorksheetsWereldeconomie
Total questions: 12
Worksheet time: 6mins
Name
Class
Date
1.
Welke omschrijving past het beste bij een multipolaire wereldeconomie?
a)
De wereldeconomie bestaat uit drie machtsblokken.
b)
Ook in de BRICS-landen liggen belangrijke economische centra.
c)
Handelsgrenzen scheiden economische machtsblokken.
d)
Protectionisme is eerder regel dan uitzondering.
2.
Het grootste voordeel van goederentransport met een container is dat
a)
de containerschepen havens over de hele wereld verbinden.
b)
de containers met meerdere soorten transportmiddelen kunnen worden vervoerd.
c)
containerschepen veel sneller zijn dan gewone vrachtschepen.
d)
er voor het laden en lossen van containers speciale havens zijn ontwikkeld.
3.
De verdere economische vervlechting van gebieden kan worden afgeremd door
a)
toenemende invloed van de WTO.
b)
daling van de transportkosten.
c)
importheffingen.
d)
verdere ontwikkeling van een multipolaire wereldeconomie.
4.
Goed bestuur is voor een land een belangrijke voorwaarde om tot ontwikkeling te komen. Welk van onderstaande kenmerken is geen goed voorbeeld van goed bestuur?
a)
bescherming van privébezit
b)
bevoordelen van de elite
c)
stimuleren van initiatief van de burgers
d)
vrije verkiezingen
5.
Na 1973 neemt de omvang van de wereldhandel veel sneller toe dan de omvang van de productie van industriegoederen. Wat is daar de belangrijkste oorzaak voor?
a)
daling van de transportkosten
b)
opdeling van de productieketen
c)
groei van de wereldbevolking
d)
global shift
6.
Beoordeel de volgende stellingen.
I Global shift stimuleert de ontwikkeling van een multipolaire wereldeconomie.
II Global shift tast de economische positie van de BRICS-landen in het wereldsysteem aan
I Global shift stimuleert de ontwikkeling van een multipolaire wereldeconomie.
II Global shift tast de economische positie van de BRICS-landen in het wereldsysteem aan
a)
Alleen I is juist.
b)
Alleen II is juist.
c)
Beide zijn juist.
d)
Beide zijn onjuist.
7.
Lees het volgende artikel:
Oorlog? In Sudan wil jongere aan de bak'Als burgers zich niet veilig voelen in hun eigen omgeving komt niets van de grond. Voorzieningen zoals onderwijs en gezondheidszorg functioneren niet; politie en leger boezemen eerder angst in dan dat de burgers zich beschermd voelen. Als er geen rechtspraak is, geen infrastructuur en geen duidelijkheid over eigendom van grond is niemand bereid te investeren.'
Naar: de Volkskrant, januari 2014
Wat is de belangrijkste reden dat je als jongere in Sudan niet aan de bak komt?
Oorlog? In Sudan wil jongere aan de bak'Als burgers zich niet veilig voelen in hun eigen omgeving komt niets van de grond. Voorzieningen zoals onderwijs en gezondheidszorg functioneren niet; politie en leger boezemen eerder angst in dan dat de burgers zich beschermd voelen. Als er geen rechtspraak is, geen infrastructuur en geen duidelijkheid over eigendom van grond is niemand bereid te investeren.'
Naar: de Volkskrant, januari 2014
Wat is de belangrijkste reden dat je als jongere in Sudan niet aan de bak komt?
a)
het koloniale verleden
b)
de jonge leeftijdsopbouw
c)
het gebrekkige bestuur
d)
onvrijheid
8.
Het economisch wereldbeeld bestaat uit drie blokken in de fase van
a)
het handelskolonialisme.
b)
de Koude Oorlog.
c)
het industrieel kolonialisme.
d)
de multipolaire wereldeconomie.
9.
Westerse mno's delen de productieketen van goederen steeds meer op over verschillende gebieden. Dat doen ze omdat
a)
de transportkosten stijgen.
b)
de lonen in andere landen veel lager zijn.
c)
door de globalisering gebieden steeds meer vervlechten.
d)
de handelsgrenzen steeds meer verdwijnen.
10.
In onderstaande zinnen staan één of meer begrippen. Ze worden echter niet altijd correct gebruikt. Welke zinnen zijn juist?
a)
Grote verschillen in ontwikkeling tussen gebieden meet je met de Gini-coëfficiënt.
b)
In de periode van het handelskolonialisme werden ook de binnenlanden van Afrika gekoloniseerd.
c)
De global shift is een belangrijke oorzaak van de globalisering.
d)
De afzetmarkt in de BRICS-landen is sterk toegenomen.
11.
Welke conclusie kun je uit het figuur afleiden?
a)
In Brazilië is de Gini-coëfficiënt het hoogst.
b)
In Hongarije is de Gini-coëfficiënt het hoogst.
c)
De sociale ongelijkheid kun je niet uit het figuur afleiden.
12.
De hoogte van de armoedegrens verschilt per land. Dat komt door het verschil per land in
a)
koopkracht.
b)
het aandeel van de bevolking onder de armoedegrens.
c)
bnp.
d)
welzijn.
Reset
