NEW
Font size
S
M
L
XL
WorksheetsWoorden 2
Total questions: 10
Worksheet time: 7mins
Name
Class
Date
1.
Invullen
a)
Een kruis zetten.
b)
De klusjesman op school.
c)
Schrijven op een lege plek.
2.
De leraar
a)
de juf
b)
de meester
c)
de leerling
d)
de conciërge
3.
Helpen
a)
hulp geven
b)
een streep eronder zetten
c)
iemand die leert
d)
een ruimte binnen stappen
4.
Het cijfer
a)
tellen
b)
het getal
c)
de test
5.
Wat is geen zelfstandig naamwoord?
a)
het cijfer
b)
de deur
c)
tellen
d)
de les
6.
Wat is een werkwoord?
a)
Wat je kunt doen
b)
Een mens, dier of ding
7.
De lerares
a)
de conciërge
b)
de leraar
c)
de juf
d)
de meester
8.
de leerling
a)
de lerares
b)
iemand die leert
c)
de les
d)
maken
9.
maken
a)
helpen
b)
doen
c)
leren
d)
de oefening
10.
De leraar en de lerares zijn..
a)
mensen die aankruisen
b)
mensen die lesgeven
c)
mensen die leren
d)
mensen die onderstrepen
Reset
