wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

1HV 2.1 t/m 2.3

Total questions: 21

Worksheet time: 22mins

Name
Class
Date
1.
Wat zijn de belangrijkste kenmerken van het weer?
a)
Neerslag en temperatuur
b)
Neerslag en wind
c)
Wind en temperatuur
d)
Neerslag en luchtdruk
2.
Het klimaat is het gemiddelde weer, gemeten over:
a)
10 jaar
b)
20 jaar
c)
30 jaar
d)
40 jaar
3.
'In Nederland regent het veel'is een uitspraak die hoort bij het:
a)
Weer
b)
Klimaat
4.
'In de Sahara is het droog' is een uitspraak die hoort bij het:
a)
Weer
b)
Klimaat
5.
Welke uitspraak is waar?
a)
Op hoge breedte is het warmer omdat de zon daar maar een klein oppervlak moet verwarmen en een kleine afstand door de dampkring hoeft af te leggen. 
b)
Op hoge breedte is het kouder omdat de invalshoek van de zon daar groter is. 
c)
Op lage breedte is het warmer omdat de zon daar maar en klein oppervlak  hoeft te verwarmen en een kleine afstand door de dapking hoeft af te leggen. 
d)
Op lage breedte is het kouder omdat de invalshoek van de zon daar groter is. 
6.
Per 1000m stijging daalt de temperatuur met:
a)
4 graden
b)
5 graden
c)
6 graden
d)
7 graden
7.
Hoe hoger, hoe kouder, dat komt doordat:
a)
De zon de aarde aan het oppervlak verwarmt. Pas als deze terugkaatsen vanaf het aardoppervlak beginnen de stralen warmte te verliezen. 
b)
De sneeuw op de bergen kou afgeeft.
c)
Er veel zuurstof is hoog in de bergen.
d)
Je hoog in de bergen dicht bij de dampkring bent, deze houden daar veel warmte tegen waardoor het hoog in de bergen erg koud is. 
8.
Waar zorgt de schuine stand van de aardas voor?
a)
Voor evenredige verdeling van de warmte op aarde. 
b)
Dat de aarde blijft draaien om zijn as. 
c)
Dat we een juiste ronde maken om de zon in 24 uur en daardoor dag en nacht kennen. 
d)
Voor seizoenen
9.
Welk seizoen (noordelijk halfrond) hoort bij de aarde links?
a)
Zomer
b)
Herfst
c)
Winter
d)
Lente
10.
Welk seizoen (noordelijk halfrond) hoort bij de aarde rechts?
a)
Zomer
b)
Herfst
c)
Winter
d)
Lente
11.
Welk seizoen (zuidelijk halfrond) hoort bij de aarde rechts?
a)
Zomer
b)
Herfst
c)
Winter
d)
Lente
12.
Welk seizoen hoort bij welk plaatje? Let op de temperatuur van het land en van de zee.
a)
Links is zomer, rechts is winter. 
b)
Links is winter, rechts is zomer. 
13.
Welke uitspraak over de tropen is waar?
a)
De subtropen horen ook bij de tropen
b)
De subtropen liggen op hoge breedte
c)
De tropen horen bij de gematigde breedte
d)
De tropen liggen tussen de 0 en 23,5 graden noorderbreedte en zuiderbreedte. .
14.
Welke uitspraak over aan- en aflandige winden is waar?
a)
Aanlandige wind geeft droogte.
b)
Aanlandige wind geeft meestal neerslag. 
c)
Aanlandige wind zorgt in de zomer voor warme zeewind.
d)
Aflandige wind zorgt in de zomer voor koude lucht vanaf land. 
15.
Stuwingsneerslag is:
a)
Neerslag die ontstaat bij opwarming van het aardoppervlak waarbij lucht gaat stijgen en er neerslag ontstaat. 
b)
Neerslag die ontstaat als een warmte en een kou front elkaar tegenkomen. 
c)
Neerslag die ontstaat als lucht omhoog wordt geduwd aan een kant van de berg. 
16.
Stijgingsneerslag is:
a)
Neerslag die ontstaat bij opwarming van het aardoppervlak waarbij lucht gaat stijgen en er neerslag ontstaat. 
b)
Neerslag die ontstaat als een warmte en een kou front elkaar tegenkomen. 
c)
Neerslag die ontstaat als lucht omhoog wordt geduwd aan een kant van de berg. 
17.
Frontale neerslag is:
a)
Neerslag die ontstaat bij opwarming van het aardoppervlak waarbij lucht gaat stijgen en er neerslag ontstaat. 
b)
Neerslag die ontstaat als een warmte en een kou front elkaar tegenkomen. 
c)
Neerslag die ontstaat als lucht omhoog wordt geduwd aan een kant van de berg. 
18.
Welk type neerslag hoort bij deze afbeelding?
a)
Stijgingsneerslag
b)
Stuwingsneerslag
c)
Frontale neerslag
19.
Welk type neerslag hoort bij deze afbeelding?
a)
Stijgingsneerslag
b)
Frontale neerslag
c)
Stuwingsneerslag 
20.
Welk type wind zie je hier?
a)
Aflandige wind
b)
Aanlandige wind
21.
Waar of niet waar? 'Zonder broeikaseffect zou het op aarde te koud zijn om te leven'.
a)
Waar
b)
Niet waar