WorksheetsPersoonsvorm verleden tijd
Total questions: 7
Worksheet time: 4mins
Name
Class
Date
1.
Wat is een sterk werkwoord?
a)
Woorden zoals 'kracht, gewichtheffen en bodybuilding'
b)
Een werkwoord krijgt een andere klank in de verleden tijd
c)
Een werkwoord kan niet in de verleden tijd worden gezet
d)
Sterke werkwoorden bestaan niet
2.
Hoe weet je hoe je een sterk werkwoord schrijft?
a)
Taxikofschip
b)
Langer maken
c)
Dit moet je onthouden
d)
Sterke werkwoorden schrijf je net als zwakke werkwoorden
3.
Waar kun je het taxikofschip voor gebruiken?
a)
Als je niet weet of de persoonsvorm met -de(n) of -te(n) geschreven moet worden
b)
Als je niet weet hoe je een sterk werkwoord schrijft
c)
Als het werkwoord in het meervoud staat
d)
Als er meerdere werkwoorden in de zin staan
4.
Welke van de onderstaande werkwoorden is een sterk werkwoord?
a)
Lachen
b)
Fietsen
c)
Maken
d)
Lopen
5.
Hoe maak je de stam van een werkwoord?
a)
-en van het hele werkwoord afhalen
b)
het taxikofschip gebruiken
c)
Het werkwoord langer te maken
d)
Het werkwoord vooraan de zin te zetten
6.
Is de persoonsvorm vt goed gespeld in de onderstaande zin?
"Vorige week verhuiste ik naar Amsterdam."
"Vorige week verhuiste ik naar Amsterdam."
a)
Ja
b)
Nee
c)
Er staat geen persoonsvorm in de zin
d)
Verhuiste en verhuisde mag allebei
7.
Wat is/zijn de persoonsvorm(en) vt in de onderstaande zin?
"Vraag 7 was de laatste vraag die we moesten maken."
"Vraag 7 was de laatste vraag die we moesten maken."
a)
Maken
b)
Was
c)
Was en moesten
d)
Was en maken
100 %
