Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Economie klas 2gt 1.1 + 1.2

Total questions: 12

Worksheet time: 6mins

Name
Class
Date
1.
In welke zin staan alleen maar duurzame consumptiegoederen
a)
Computer, televisie, mobiele telefoon
b)
koelkast, brood, winteras
c)
magnetron, rijst, spijkerbroek
d)
kraslot, koffiezetapparaat, trouwjurk
2.
Prioriteiten stellen = keuzes maken
a)
Juist
b)
Onjuist
3.
Je bent consument als je.....
a)
Iets koopt om je behoeften te voorzien
b)
iets verkoopt om je behoeften te voorzien
c)
iets maakt om te verkopen
d)
iets verkoopt om te kopen
4.
Voor welke uitgaven reserveer je geld?
a)
dagelijkse uitgaven
b)
vaste lasten
c)
incidentele uitgaven
5.
Is een baby een consument?
a)
Ja
b)
Nee
6.
Brood kopen bij de bakker is een....
a)
dagelijkse uitgaven
b)
vaste lasten
c)
incidentele uitgaven
7.
Als ik van een weeksalaris naar een maandsalaris wil rekenen moet ik eerst...
a)
van week naar jaar  en daarna naar maand gaan
b)
van week naar maand gaan
c)
van week naar kwartaal gaan en daarna naar jaar
d)
van maand naar week gaan en dan naar een week
8.
Televisie is een....
a)
Basisbehoefte
b)
Overige behoefte
9.
Computers zijn duurzame consumptiegoederen
a)
Juist
b)
Onjuist
10.
Het betalen van huur zijn...
a)
dagelijkse uitgaven
b)
vaste lasten
c)
incidentele uitgaven
11.
Budgetteren is:
a)
Het vergroten van je inkomen
b)
Het verkleinen van je uitgaven
c)
Het afstemmen van je toekomstige inkomsten op je toekomstige uitgaven
d)
Het afstemmen van je toekomstige uitgaven op je toekomstige inkomsten
12.
Voor welke uitgaven reserveer je geld?
a)
Dagelijkse uitgaven
b)
Vaste lasten
c)
Incidentele uitgaven