WorksheetsObserveren
Total questions: 20
Worksheet time: 11mins
Name
Class
Date
1.
Bij observeren ga je het gedrag
a)
bekijken en registreren
b)
verzamelen en onthouden
c)
verzamelen en registreren
d)
bekijken en onthouden
2.
Je kan de persoon het beste observeren in een hiervoor gecreëerde omgeving.
a)
Waar
b)
Niet waar
3.
Wat is een participerende observatie?
a)
Een observatie waarbij de observator erbij zit
b)
Een observatie waarbij de observator mee doet
c)
Een observatie waarbij de observator achter de schermen mee kijkt
4.
De geobserveerde weet niet dat hij geobserveerd wordt.
a)
Open observatie
b)
Participerende observatie
c)
Gesloten observatie
d)
Niet-participerende observatie
5.
Ruby observeert Meya wanneer ze aan het hardlopen is met haar vriendin Joni.
a)
Niet-participerende observatie
b)
Participerende observatie
6.
Minne observeert Alexis tijdens hun groepswerk voor Gedragswetenschappen.
a)
Niet-participerende observatie
b)
Participerende observatie
7.
"Je hebt je haren mooi geknipt, Emma!"
a)
Objectief
b)
Subjectief
8.
"Ik zie dat je een rode neus hebt, Femke. Ben je verkouden?"
a)
Observatie
b)
Interpretatie
9.
"Je hebt een bloedneus, Mirthe!"
a)
Observatie
b)
Interpretatie
10.
Een observatie schrijf je het beste op NA het observeren.
a)
Fout
b)
Juist
11.
"Wanneer je 100 meter kan schaatsen op 12 seconden is dit snel."
a)
Objectief
b)
Subjectief
12.
"Mevr. Moonen heeft blonde krullen."
a)
Observatie
b)
Interpretatie
13.
Wat klopt er niet tijdens observeren?
a)
Vertrouw niet op je geheugen.
b)
Toevallige gebeurtenissen kunnen het gedrag beïnvloeden.
c)
Zorg voor notities of een beeldopname.
d)
Alles noteren kan later ook nog. Nu moet je je concentreren.
14.
Het waarneembare gedrag is:
a)
objectief
b)
subjectief
15.
"Chelsey!!!!!!" - Roept Neri zo hard als ze kan.
a)
Objectief
b)
Subjectief
16.
''Dit is Fleur! Fleur krijgt ballonnen van een grappige jongen.''
a)
Waarneembaar gedrag
b)
Interpretatie
17.
''Dit is Lene. Lene krijgt ballonnen van een jongen."
a)
Interpretatie
b)
Waarneembaar gedrag
18.
"De jongen op de prent heeft een gele en een roze ballon vast."
a)
Waarneembaar
b)
Interpretatie
19.
"Ik vind deze groentjes lekker!" - zegt Hannah.
a)
Objectief
b)
Subjectief
20.
'Rini heeft stiekem camera's geplaatst tijdens haar onderzoeksopdracht. Ze bekijkt de beelden vanuit een andere kamer.'
Wat klopt er NIET?
Wat klopt er NIET?
a)
Niet-participerende observatie
b)
Gesloten observatie
c)
Objectief
d)
Open observatie
100 %
