WorksheetsKostencalculatie H 1 en 2
Total questions: 14
Worksheet time: 9mins
Name
Class
Date
1.
Wat is afschrijving?
a)
Afschrijving heeft te maken met de voorraad
b)
Afschrijving is waardevermeerdering
c)
Afschrijving is waardevermindering door gebruik en veroudering
2.
Wat geldt voor onderstaande beweringen over afschrijvingen?
I. De verwachte gebruiksduur van een bedrijfsmiddel heeft invloed op de afschrijving per jaar.
II. Als er wordt afgeschreven met een percentage van de aanschafprijs is het afschrijvingsbedrag elk jaar gelijk.
I. De verwachte gebruiksduur van een bedrijfsmiddel heeft invloed op de afschrijving per jaar.
II. Als er wordt afgeschreven met een percentage van de aanschafprijs is het afschrijvingsbedrag elk jaar gelijk.
a)
I en II zijn juist
b)
Alleen I is juist
c)
Alleen II is juist
d)
I en II zijn allebei onjuist
3.
De inkoopwaarde van de omzet bedroeg het afgelopen jaar €70.000,- de overige bedrijfskosten waren €22.500,-. De omzet over het afgelopen jaar was €125.000,-. Hoeveel bedroeg de nettowinst voor Shoes?
a)
€55.000,-
b)
€32.500,-
c)
€22.500,-
d)
€102.500,-
4.
Wat zijn duurzame productie middelen?
a)
Milieuvriendelijke productie middelen
b)
Productie middelen die meerdere jaren meegaan
5.
De inkoopprijs van een spijkerbroek is €21,00. Het brutowinstmarge bedraagt 120% van de inkoopprijs. Hoeveel bedraagt de verkoopprijs?
a)
€46,20
b)
€25,20
c)
€21,00
d)
€25,41
6.
Wat verstaan we onder de boekwaarde?
a)
waarde die een productiemiddel aan het eind van elke week heeft
b)
Waarde die een productiemiddel aan het eind van elke maand heeft
c)
Waarde die een produktiemiddel aan het eind van elk jaar heeft
d)
Geen van bovenstaande antwoorden is goed
7.
Wat verstaan we onder de restwaarde van een productiemiddel?
a)
De waarde van alle resten
b)
De waarde aan het eind van het jaar
c)
De waarde die bij eventuele verkoop over blijft
d)
De waarde aan het eind van de maand
8.
Welke formule voor het berekenen van de omzet is juist?
a)
afzet x verkoopprijs
b)
afzet x inkoopprijs
c)
afzet - inkoopkosten
d)
winst - inkoopkosten
9.
De verkoopprijs exclusief btw is altijd gelijk aan
a)
100%
b)
121%
c)
119%
d)
21%
10.
De jaarlijkse kosten van een bedrijfsmiddel zijn niet afhankelijk van .......
a)
de aanschafprijs
b)
de fiscale mogelijkheden
c)
de onderhoudskosten
d)
het afschrijvingspercentage
11.
Waarvan is het afschrijvingspercentage van een bedrijfsmiddel afhankelijk?
a)
De gebruiksmogelijkheden
b)
De verwachte gebruiksduur
c)
Het jaar van aanschaf
12.
De boekwaarde van een bedrijfsmiddel ..
a)
is het bedrag van de jaarlijkse afschrijving.
b)
is het bedrag waarvoor het bedrijfsmiddel in de administratie staat genoteerd.
c)
wordt tot de directe kosten gerekend.
13.
Van een bedrijfsmiddel dat in vijf jaar wordt afgeschreven, bedraagt het afschrijvingspercentage ......
a)
15%
b)
20%
c)
25%
14.
Op een machine met een aanschafprijs van € 40.000,-- werd jaarlijks 20% van de aanschafprijs afgeschreven. Na vier jaar besluit de ondernemer een nieuwe machine te kopen. De inruilprijs blijkt € 5.000,-- te zijn.
Wat is het verschil tussen de boekwaarde en de inruilprijs?
Wat is het verschil tussen de boekwaarde en de inruilprijs?
a)
De boekwaarde is €3000 hoger dan de inruilprijs.
b)
De boekwaarde is €3000 lager dan de inruilprijs.
c)
De boekwaarde is €13000 hoger dan de inruilprijs.
100 %
