NEW
Font size
S
M
L
XL
WorksheetsGS H3 Russische Revolutie
Total questions: 17
Worksheet time: 12mins
Name
Class
Date
1.
Wie kwam er met de Russische Revolutie aan de macht?
a)
Trotski
b)
Lenin
c)
Stalin
d)
Nicolaas
2.
Wie was de leider van Bolsjevieken tijdens de Russische revolutie?
a)
Lenin
b)
Stalin
c)
Gorbatsjov
d)
Kamenev
3.
Zet in de juiste volgorde
a)
Lenin-Stalin-Tsaar
b)
Stalin-Tsaar-Lenin
c)
Tsaar-Stalin-Lenin
d)
Tsaar-Lenin-Stalin
4.
Het communisme had een planeconomie. Dat houdt in dat de overheid bepaalt wat en hoeveel er wordt geproduceerd
a)
Juist
b)
Onjuist
5.
Door welke omstandigheden waren de ideeen van Karl Marx welkom in Rusland begin 20e eeuw?
a)
Door de opkomst van Hitler en de dreiging die daar vanuit ging uit Duitsland
b)
Door het opkomen van wereld imperialisme en de ontwikkelingen die daaruit volgde
c)
Doordat Rusland pas laat industrialiseerde en de leef en werkomstandigheden daarom beroerd waren
d)
Vrijheid, gelijkheid en broederschap vanuit de Franse revolutie nu grond kregen in Rusland
6.
Communisme en nationaal-socialisme stonden op veel punten lijnrecht tegenover elkaar. Maar er waren ook overeenkomsten tussen beide ideologieën. Welke overeenkomsten waren er tussen de beide stelsels?
a)
Beide geloofden in de superioriteit van het blanke ras en in een gewelddadige revolutie.
b)
Beide geloofden in gelijkheid en een totalitaire regering.
c)
Beide maakten gebruik van propaganda en geloofden in gelijkheid.
d)
Beide maakten gebruik van geweld en persoonsverheerlijking van de leider.
7.
Hoort de volgende zin bij een planeconomie of een vrijemarkteconomie?
Winst maken is belangrijk
Winst maken is belangrijk
a)
Planeconomie
b)
Vrijemarkteconomie
8.
Na het uitvaardigen van de Nieuwe Economische Politiek in 1921...
a)
...Mochten boeren zelf hun producten verkopen.
b)
...Was er in de steden een tekort aan vlees.
c)
...Stortte de productie en handel in elkaar.
d)
...Geen van de bovenstaande.
9.
Na de dood van Lenin komt Stalin aan de macht. Hij wil van de SU een machtige staat maken. Dit wil hij bereiken via de zware industrie. In 1928 voert hij planeconomie in met vijfjarenplannen. De gevolgen waren:
a)
Het leek heel goed te gaan, maar de kwaliteit van de producten waren laag en de leef- en werkomstandigheden waren slecht
b)
Stalin legde de planeconomie op met gebruik van zware terreur
c)
Dat Rusland floreerde. De economie groeide en alle boeren verdiende het zelfde. De boeren hadden het nu beter
d)
Niemand snapte wat de bedoeling was. Het plan werd niet goed uitgevoerd en de boeren kregen het slechter dan eerst
10.
Molotov-Ribbentroppact houdt in:
a)
Een verdrag tussen Rus en de VS om elkaar niet dwars te zitten
b)
Een niet aanvalsverdrag tussen DU en Rus
c)
Een vredesverdrag tussen Rus, DU en Servië
d)
Dat alle boeren op de kolchozen moesten werken onder grote dreiging van terreur
11.
Welke cultuur-mentale verandering laat de afbeelding (tijdens WOI) zien?
a)
Vrouwenemancipatie
b)
Wapenindustrie
c)
Nationaal-socialisme
d)
Totale oorlog
12.
Wat is propaganda?
a)
Een poster
b)
Politieke reclame
c)
Reclame voor een product
13.
Waarom vonden de mensen het communisme een goede oplossing tijdens de economische crisis?
a)
Door het communisme werd iedereen rijker.
b)
Communisten willen dat iedereen evenveel geld en macht heeft.
c)
Het communisme was het enige waar ze nog uit konden kiezen.
d)
Ze zagen dat het in Rusland zo goed ging na de communisten aan de macht waren.
14.
Welke straf krijgt Duitsland NIET na het verdrag van Versailles?
a)
Duitsland mag geen groot leger meer hebben.
b)
De Duitse vlag wordt verboden.
c)
Duitsland moet herstelbetalingen doen.
d)
Duitsland moet stukken grond afstaan.
15.
Waar is dit plaatje een voorbeeld van?
a)
Nationalisme
b)
Militarisme
c)
Bondgenootschappen
d)
Imperialisme
16.
Welk begrip hoort bij deze afbeelding?
a)
Terreur
b)
Indoctrinatie
c)
1 sterke leider
d)
nationalisme
17.
Welk woord past het beste bij het begrip communisme?
a)
Vrijheid
b)
Nationalisme
c)
geweld is goed
d)
gelijkheid
Reset
