NEW
Font size
S
M
L
XL
WorksheetsStimuleren & Motiveren les 5
Total questions: 10
Worksheet time: 5mins
Name
Class
Date
1.
Wat zijn interactievaardigheden?
a)
Dit zijn 6 vaardigheden die de kwaliteit van de Pedagogisch medewerker meten
b)
Dit zijn 5 vaardigheden die de kwaliteit van de pedagogisch medewerker meten
c)
Dit zijn kwaliteiten van een pedagogisch medewerker
d)
Dit zijn onderdelen uit een meting voor de kinderopvang
2.
Welke interactievaardigheid heeft het meeste te maken met dit vak?
a)
Sensitieve responsiviteit (emotionele ondersteuning)
b)
Respect voor de autonomie
c)
Praten en uitleggen
d)
Ontwikkeling stimuleren
3.
Welke zone hoort bij de gele cirkel?
a)
De paniek zone
b)
De comfort zone
c)
De zone van de naaste ontwikkeling
4.
Wat is de zone van de naaste ontwikkeling?
a)
iets wat je al kan
b)
iets wat te moeilijk is en wat je nog niet kan
c)
iets wat niet te makkelijk en niet te moeilijk is en wat je nog nét niet kan
5.
Wat is de volgorde van de stappen van de methodische cyclus?
1. beginsituatie vaststellen 2. ondersteuningsvraag beschrijven 3. Doel formuleren 4. Een plan maken en uitvoeren 5. Uitvoering evalueren en doelen bijstellen
1. beginsituatie vaststellen 2. ondersteuningsvraag beschrijven 3. Doel formuleren 4. Een plan maken en uitvoeren 5. Uitvoering evalueren en doelen bijstellen
a)
Beginsituatie vaststellen - Doel formuleren - ondersteuningsvraag beschrijven - plan maken en uitvoeren - evalueren
b)
beginsituatie vaststellen - een plan maken en uitvoeren - ondersteuningsvraag beschrijven - doel formuleren -evalueren
c)
beginsituatie vaststellen - ondersteuningsvraag beschrijven - doel formuleren - een plan maken en uitvoeren - evalueren
d)
ondersteuningsvraag schrijven - beginsituatie vaststellen - doel formuleren - een plan maken en uitvoeren - evalueren
6.
Wat voor soort activiteiten zijn dit: functioneren in de samenleving, delen, samenwerken, complimenten
a)
motorische activiteiten
b)
ontwikkelingsgerichte activiteiten
c)
sociale activiteiten
d)
creatieve activiteiten
7.
Wat is kinderparticipatie?
a)
dat kinderen álles mogen beslissen
b)
dat de leidster het kind motiveert om mee te doen met de activiteit
c)
dat kinderen een stem hebben en mee mogen overleggen
d)
dat een kind verplicht wordt aan activiteiten mee te doen
8.
Bij welke doelgroep werk je individueel met het kind of in kleine groepjes werken (één begeleider per kind)
a)
baby
b)
peuter
c)
dreumes
d)
kleuter
9.
Vanaf welke leeftijd kan een kind samenwerken?
a)
vanaf 4 jaar
b)
vanaf 6 jaar
c)
vanaf 2 jaar
d)
vanaf 8 jaar
10.
wat is een voorbeeld van een ontwikkelingsgerichte activiteit?
a)
memory spelen
b)
armbandje maken
c)
prikken met een prikmatje
d)
kleuren
Reset
