wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Morfologie en syntaxis

Total questions: 15

Worksheet time: 8mins

Name
Class
Date
1.
Het woord ‘wanorde’ is een voorbeeld van een samenstelling.
a)
JUIST
b)
FOUT
2.
‘Mijn broertje verslindt boeken van Marc De Bel’: verslinden is hier een bivalent werkwoord.
a)
JUIST
b)
FOUT
3.
 ‘Hij spreekt langzaam’. Langzaam is een bijvoeglijke bepaling van wijze.
a)
JUIST
b)
FOUT
4.
De kruidenier om de hoek schijnt een weinig tevreden mens geweest te zijn.
a)
Werkwoordelijk gezegde
b)
Naamwoordelijk gezegde
5.
Phoebe had zich opgegeven als vrijwilliger bij het Rode Kruis
a)
naamwoordelijk gezegde
b)
werkwoordelijk gezegde
6.
Spoken zijn angstaanjagend.
a)
naamwoordelijk gezegde
b)
werkwoordelijk gezegde
7.
Er is een nieuwe studie over het verschil tussen meisjes en jongens bekend geraakt die zich concentreert op het verschil in leerprocessen.
a)
nevenschikking
b)
onderschikking
8.
Als de school groot is, lopen meisjes meer kans om af te haken.
a)
nevenschikking
b)
onderschikking
9.
Meisjes zijn wel slimmer volgens de Londens professor Jones en hij kan het bewijzen met zijn onderzoeksresultaten.  
a)
nevenschikking
b)
onderschikking
10.
Het voltooid deelwoord van overhalen is...
a)
geoverhaald
b)
geöverhaald
c)
overgehaald
d)
veroverhaald
11.
Ik heb het .....
a)
gekunnen
b)
gekund
12.
Men zegt dat hij naar Spanje vertrokken is.
a)
onbepaald voornaamwoord 
b)
wederkerend voornaamwoord
c)
betrekkelijk voornaamwoord
d)
aanwijzend voornaamwoord
13.
Ze hadden elkaar graag.
a)
wederkerend voornaamwoord
b)
wederkerig voornaamwoord
14.
Dit zijn de mogelijkheden: winnen of verliezen.
a)
aanwijzend voornaamwoord
b)
betrekkelijk voornaamwoord
15.
Eraan is een...
a)
voornaamwoordelijk bijwoord
b)
bijwoordelijk voornaamwoord