NEW
Font size
S
M
L
XL
WorksheetsSpelling 8
Total questions: 10
Worksheet time: 4mins
Name
Class
Date
1.
Na een felle strijd .... (worden) het prijsgegeven terrein ....(heroveren).
a)
werd, herovert
b)
werdt, herovert
c)
werd, heroverd
d)
werdt, heroverd
2.
Als je het van rechts komende verkeer geen voorrang ... (verlenen), ben je strafbaar.
a)
verleent
b)
verleend
3.
Als de scheepvaart door de vorst ... (stremmen) is, ... (verzenden) ons bedrijf de goederen per vliegtuig.
a)
gestremd, verzendt
b)
gestremd, verzend
c)
gestremt, verzendt
d)
gestremt, verzend
4.
Haarlem en Heerlen worden wel eens met elkaar ...(verwarren).
a)
verwart
b)
verward
5.
Onze stad ... zich de laatste jaren geweldig uit.
a)
breid
b)
breidt
c)
brijd
d)
brijdt
6.
Jouw handschrift is door veel te oefenen erg ...
a)
verbetert
b)
verbeterd
c)
verbeteren
7.
Heb je de tuinbonen al ...?
a)
gedopt
b)
gedopd
8.
Hij was zeer .... door die opdracht.
a)
vereert
b)
vereerd
9.
Omdat de lijst van het schilderij lelijk geworden was, .... (vergulden) opa hem opnieuw.
a)
vergulde
b)
vergulte
c)
verguldde
d)
vergulden
10.
Geloof hem niet; hij heeft alle feiten ....
a)
verdraait
b)
verdraaid
Reset
