wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Diversiteit1

Total questions: 10

Worksheet time: 5mins

Name
Class
Date
1.
Onder welke supergroep vallen de alveolata?
a)
Dinosauriërs
b)
Excavata
c)
De 'SAR'-clade
d)
Symbiotische protisten
2.
Wat is een andere benaming voor een zakje dat net onder het celmembraan ligt?
a)
Allioli
b)
Ravioli
c)
Alveoli
d)
Berlusconi
3.
Wat gebruiken de ciliata om te bewegen en te eten?
a)
Neushaartjes
b)
Cilia
c)
Schijnvoetjes
d)
Pseudopodia
4.
Welke bewering is juist?
a)
Stramenopiles hebben twee flagellen waarvan een harige en een kronkelige
b)
Alveolaten hebben twee flagellen waarvan een harige en een kronkelige
c)
Stramenopilen hebben een harige en een normale flagel en alveolaten hebben een flagel
d)
Alveolaten hebben een harige en een normale flagel en een stramenopile hebben een flagel
5.
Wat zijn rhizaria?
a)
Radiolaria, foraminifera, cercozoa
b)
Wortelpotigen, tubulinids, entamoebas (komkommerpotigen
c)
Komkommerpotigen
d)
Wortelpotigen
6.
Welke bewering over alveolata is juist?
a)
Er bestaan fotosynthetische alveolata
b)
Er bestaan pathogene alveolata
c)
Er bestaan zowel fotosynthetische alveolata als pathogene alveolata
7.
Alveolata zijn eukaryote organismen.
a)
Waar
b)
Niet waar
8.
Hoe is de clade van alveolata ontstaan?
a)
De clade is ontstaan door secundaire endosymbiose
b)
De clade is ontstaan door primaire endosymbiose
c)
De clade is ontstaan door tertiaire endosymbiose
d)
De clade is ontstaan door quartiare endosymbiose
9.
Welke van de volgende organismen valt niet onder de clade alveolaten?
a)
Entamoebas
b)
Dinoflagellates
c)
Apicomplexans
d)
Ciliates
10.
Welke van de volgende stellingen is niet waar?
a)
Drie groepen van alveolata zijn: dinoflagellen, apicomplexans en forams
b)
Dinoflagellen produceren stoffen die dodelijk kunnen zijn
c)
Apicomplexans zijn parasieten
d)
Een voorbeeld van een ciliaat is een pantoffeldiertje