Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Grammatica Zinsdeels

Total questions: 9

Worksheet time: 5mins

Name
Class
Date
1.
BWB of BVG?
Donald liep na het feestje dronken naar huis.
a)
Bepaling van Bijwoordelijkheid
b)
Bijwoordelijke Gesteldheid
c)
Bijwoordelijke Bepaling
d)
Bepaling van Gesteldheid
2.
BWB of BVG?
Geronimo reed na het concert meteen naar de kerk.
a)
Geronimo
b)
Kerk
c)
Bepaling van Gesteldheid
d)
Bijwoordelijke Bepaling
3.
Wat is de Bepaling van Gesteldheid in de zin 'Thomas moest na school meteen naar huis.'
a)
meteen
b)
Thomas
c)
huis
d)
Er is geen BvG 
4.
Wat is de Bepaling van Gesteldheid in de zin 'Ben ging na school bang naar zijn vader.'
a)
Ben
b)
bang
c)
Bepaling van Gesteldheid
d)
Er is geen BvG
5.
Wat is de Bijwoordelijke Bepaling in de zin 'Dat meisje wilde die jongen meteen slaan.'
a)
die jongen
b)
slaan
c)
meteen
d)
Er is geen BwB
6.
Wat is de Bijwoordelijke Bepaling in de zin 'Geronimo wilde knuffelen.'
a)
knuffelen
b)
Geronimo
c)
wilde
d)
Er is geen BwB
7.
Welke bewering is onjuist
a)
De BvG geeft de toestand van het OW/ LV aan.
b)
De bepaling van gesteldheid kan bij het LV horen
c)
Bepalingen die beginnen met 'als' zijn altijd Bepaling van Gesteldheid
d)
De BvG kan nooit een werkwoord zijn
8.
Welke bewering is juist
a)
De bepaling van gesteldheid is een zinsdeel. 
b)
De bijwoordelijke bepaling is een woordsooort
c)
De bepaling van gesteldheid is een onderwerp
d)
De bepaling van gesteldheid is een onderwerp
9.
Hoe vind je BvG
a)
Wie of wat + lv?
b)
Hoe en dit + ow?
c)
Een zin waar een bepaling van gesteldheid kun je altijd in tweeën splitsen.
d)
Een zin waar een bijwoordelijke bepaling in zit kun je altijd in tweeën splitsen.