wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

bloed en bloedsomloop

Total questions: 15

Worksheet time: 9mins

Name
Class
Date
1.
Hoe heet onderdeel 1
a)
Linkerboezem
b)
Llinkerkamer
c)
Rechterboezem
d)
Rechterkamer
2.
Hoe heet onderdeel 3
a)
aorta
b)
bovenste holle ader
c)
onderste holle ader
d)
kransslagader
3.
Met welke nummer wordt  linkerkamer aangeven?
a)
7
b)
9
c)
10
d)
12
4.
Met welke nummer word de longslagader aangeven?
a)
2
b)
4
c)
5
d)
6
5.
In de ......... stroomt het bloed dat rijk is  aan koolstofdioxide
a)
aorta
b)
Darmslagader
c)
longader
d)
poortader
6.
Iemand heeft longontsteking hiertegen medicijnen. Via welke weg komen de geslikte medicijnen, na opnamen in het bloed, in de cellen van de longen terecht?
a)
Via de grote en de kleine bloedsomloop
b)
alleen via de kleine bloedsomloop
c)
Alleen via de grote bloedsomloop
d)
Niet via de kleine en via de grote bloedsomloop
7.
Welke kenmerk hoort niet bij slagaders?
a)
Liggen diep in het lichaam
b)
Hoge bloed druk
c)
Dikke elastische wand
d)
Bevat veel kleppen
8.
Welke onderstaande bloedvaten is zuurstofarm
a)
Aorta
b)
Kransslagader
c)
Longslagader
d)
Longader
9.
De stoffen zuurstof, voedingsstoffen, koolstofdioxide zitten in?
a)
Witte bloedcellen
b)
Rode bloedcellen
c)
Bloedplaatjes 
d)
Bloedplasma
10.
In de afbeelding hiernaast tref je een aantal verschillende bloeddeeltjes aan. Wat wordt in de afbeelding aangegeven met nummer 3
a)
Witte bloedcellen
b)
Rode bloedcellen
c)
Bloedpaatjes
d)
Bloedplasma
11.
Met welke nummer wordt witte bloedcellen aangeven?
a)
1
b)
2
c)
3
d)
4
12.
Op welke plaats of plaatsen kan zuurstof  voorkomen?
a)
A en B
b)
B en C
c)
A en C
13.
Het hart heeft veel spierweefsel.
Welk deel van het hart is het meest gespierd?
a)
Linkerboezem
b)
Rechterboezem
c)
Linkerkamer
d)
Rechterkamer
14.
Welk  bloedbestanddeel van de mens is het meest geschikt om voedingsstoffen te transporteren (vervoeren)?
a)
Rode bloedcellen
b)
Bloedplaatjes 
c)
Witte bloedcellen
d)
Bloedplasma
15.
Bij welke  aandoening heb je een bloedstolsel binnen een bloedvat, zoals bijvoorbeeld in je been?
a)
Hartinfarct
b)
Trombose
c)
Bloedarmoede
d)
aderverkalking