WorksheetsGeschiedenis begrippen 2A december
Total questions: 30
Worksheet time: 15mins
Name
Class
Date
1.
Wanneer we de feiten chronologisch ordenen kunnen we stellen dat de Kretenzers eerder evolueerden dan de Grieken.
a)
Ordenen van oud naar nieuw
b)
Ordenen van nieuw naar oud
c)
Ordenen volgens belangrijkheid
2.
Egypte en Kreta zijn typische voorbeelden van landbouwsamenlevingen.
a)
Samenlevingen waarin het voedsel bestaat uit jacht en voedsel verzamelen
b)
Samenlevingen waarbij akkerbouw en veeteelt de voornaamste voedselbronnen zijn.
c)
Samenlevingen waarbij fabrieken grotendeels de tijd beheersen
3.
Zowel in Kreta als in Egypte betaalde de bevolking belastingen in natura
a)
In de vorm van geld
b)
In de vorm van grond
c)
In de vorm van goederen
4.
De persoon die noteerde hoeveel belastingen een persoon betaalde. Hij werkte in opdracht van de farao of koning.
a)
Bediende
b)
Arbeider
c)
Ambtenaar
5.
Het deel dat een boer niet meer nodig had om te overleven. Dit deel kon hij ruilen... later verkopen.
a)
Landbouwtekort
b)
Landbouwsurplus
c)
Landbouwoverschot
6.
Deze kunsttechniek...
a)
heet frisco en komt uit Egypte
b)
heet fresco en komt uit de Minoïsche beschaving
c)
heet fresco en komt uit de polis Athene 300 V.Chr.
7.
De kenmerken van een mythe zijn
a)
goden, helden, fictie
b)
goden, authentiek, fictie
c)
helden, authentiek, reconstructie
8.
De bevolking betaalt graan aan de koning. Ze brengen dit naar Knossos, waar de ambtenaar dit noteert. Dit is een voorbeeld van...
a)
Burchteconomie
b)
Paleiseconomie
c)
Tempeleconomie
9.
De kenmerken van een burcht zijn...
a)
sierlijk, hoog, ingewikkeld
b)
sierlijk, mooi, modern
c)
verdediging, stevig, hoog
10.
De doden werden verbrand op het altaar. Dit is een voorbeeld van...
a)
een procedure
b)
een gewoonte
c)
een ritueel
11.
Dit is een voorbeeld van...
a)
een authentieke opgraving
b)
een ruïne
c)
een reconstructie
12.
De rode gebieden zijn gebieden die handel met elkaar voeren. We kunnen spreken van...
a)
Europese handel
b)
Mediterrane handel
c)
Regionale handel
13.
Akkerbouw en veeteelt zijn twee kenmerken van...
a)
een landbouwsamenleving
b)
een samenleving van voedselverzamelaars
c)
een postindustriële samenleving
14.
Athene, Delphi, Thebe, Sparta zijn voorbeelden van stadstaten of ...
a)
police
b)
poleis
c)
polysus
15.
Een open landbouwsamenleving betekende ...
a)
weinig handel met anderen
b)
veel handel met anderen
16.
Welke zin is juist?
a)
Bij lokale handel gaat de boer naar andere markten in andere poleis
b)
Bij regionale handel gaat de boer enkel naar zijn eigen markt in zijn eigen poleis
c)
Regionale handel was niet nodig in de poleis door de overvloed aan grond en grondstoffen
d)
Regionale handel moest komen omdat er te weinig landbouwgronden en grondstoffen waren
17.
Beroepsspecialisten oefenden een ambacht uit
a)
Ja, want het is een ander woord voor beroep
b)
Neen, ze deden aan landbouw
18.
De Grieken migreerden.
a)
Migreren betekent verplaatsen
b)
Migreren betekent blijven waar je bent
c)
Migreren betekent handel drijven
d)
Migreren betekent oorlog voeren
19.
Een Panhelleens festival is een festival voor...
a)
Een religieus feest voor alle Egyptisch sprekenden
b)
Een religieus feest voor alle Kretenzisch sprekenden
c)
Een religieus feest voor alle Grieks sprekenden
20.
We zien hier maskers gebruikt in...
a)
een tragedie en een drama
b)
een komedie en een drama
c)
een komedie en een tragedie
d)
enkel in een komedie
21.
Dit is een voorbeeld van
a)
proza
b)
geschiedschrijving
c)
poëzie
d)
drama
22.
Het Frans is een ... taal
a)
Germaanse
b)
Oud-Griekse
c)
Sanskritische
d)
Romaanse
23.
Het tegenovergestelde van symmetrisch heet..
a)
asymmetrisch
b)
non-symmetrisch
c)
recht
24.
Deze man schreef de Illias. Zijn naam is...
a)
Homer
b)
Homerus
c)
Oddyssee
25.
De verschillende poleis vormen een bondgenootschap
a)
Dit is een vijandschap
b)
Dit is een samenwerkingsverband
c)
Dit is een wapenstilstand
26.
De Grieken keurden een wet goed waardoor vrouwen geen burger konden worden.
a)
Dit is door de Volksvergadering
b)
Dit is door de Volksrechtbank
c)
Dit is door de Raad van Magistraten
27.
De uitvoerende macht..
a)
Voert de straffen uit bij niet naleving wetten
b)
Voert de regels tot het maken van wetten uit
c)
Voert de goedgekeurde wetten uit
28.
De elite
a)
zijn de rijksten van de maatschappij
b)
zijn de armsten van de maatschappij
c)
zijn de vrouwen van de maatschappij
29.
Democratie
a)
De koning beslist
b)
De farao beslist
c)
Het volk beslist
30.
De kenmerken van een Griekse burger...
a)
man, 18 jaar, Atheense ouders
b)
vrouw, 18 jaar, Atheense ouders
c)
Rijk, Atheense ouders
100 %
