NEW
Font size
S
M
L
XL
WorksheetsNatuur hoofdstuk 1
Total questions: 14
Worksheet time: 7mins
Name
Class
Date
1.
Wat zijn de taken van een dierentuin?
a)
verkopen van dieren
fokken van dieren
b)
Wilde dieren tam maken
fokken van dieren
c)
fokken van dieren
educatie
d)
verkopen van dieren
educatie
2.
Welk woord hoort bij de volgende zin: Er leven veel verschillende planten en dieren.
a)
ecosysteem
b)
biodiversiteit
c)
voedselpiramide
d)
natuurlijk evenwicht
3.
Welke zin past het beste bij een ecosysteem?
a)
Een gebied dat voor een groot deel uit water bestaat.
b)
een gebied dat onderdeel is van een kringloop.
c)
een gebied met voldoende voedsel voor dieren en planten.
d)
Een gebied waar planten en dieren met elkaar samen kunnen leven.
4.
Maartje kijkt door een lens naar een blad. Ze ziet het blad groter dan het in werkelijkheid is. Door wat voor soort lens kijkt Maartje?
a)
Een holle lens
b)
Een bolle lens
c)
het maakt niet uit of je door een holle of een bolle lens kijkt.
5.
Wat doet een holle lens?
a)
Een holle lens is een lens waarvan het midden dikker is dan de randen. Deze lens vergroot alles.
b)
Een holle lens is een lens waarvan de randen dikker zijn dan in het midden. Deze lens verkleint alles.
6.
'Ik kan niet goed zien wat er op het bord staat, ik moet eigenlijk dichterbij het bord zitten.' Dit zegt Bennie tegen de meester. Wat kun je van Bennie zeggen?
a)
Bennie heeft een gehoorprobleem
b)
Bennie is bijziend
c)
Bennie is verziend
7.
'Ik kan niet goed zien wat er op het bord staat, ik moet eigenlijk dichterbij het bord zitten.' Dit zegt Bennie tegen de meester. Welke bril heeft Bennie nodig?
a)
Een bril met bolle lenzen.
b)
Een bril met holle lenzen.
8.
De Siberische tijger is een bedreigde diersoort. Wat betekent het als een diersoort wordt bedreigd?
a)
Dat de kans dat de diersoort uitsterft groot is.
b)
Dat de diersoort op weinig plekken op aarde voorkomt.
c)
Dat de diersoort vaak andere dieren aanvalt.
d)
Dat de diersoort veel vijanden heeft.
9.
In de groentetuin van Jan gebruikt hij bestrijdingsmiddelen tegen bladluis. Je ziet een voedselpiramide, wat kun je over deze piramide zeggen?
a)
De mus krijgt het meeste gif binnen.
b)
Het lieveheersbeestje krijgt het meeste gif binnen.
c)
De torenvalk krijgt het meeste gif binnen.
10.
Dit is een ecoduct. Waar maakt dit ecoduct deel van uit?
a)
Een natuurpark.
b)
de ecologische hoofdstructuur
c)
Twee bossen.
d)
Een wandelpark voor toeristen.
11.
Wat gebeurt er als je het natuurlijk evenwicht verstoord?
a)
Dan ben je te luidruchtig in een natuurpark.
b)
Dan is er te weinig voedsel voor sommige planten- en diersoorten.
c)
Dan gaat de mens huizen bouwen in een natuurpark.
12.
Welke zin hoort er bij bijziend?
a)
Iemand die bijziend is, kan dingen in de verte niet goed zien. Zijn ooglens is te bol.
b)
Iemand die bijziend is, kan dingen dichtbij niet goed zien. Zijn ooglens is te plat.
c)
Iemand die bijziend is, kan dingen dichtbij niet goed zien, zijn ooglens is te bol.
d)
Iemand die bijziend is, kan dingen in de verte niet goed zien. Zijn ooglens is te plat.
13.
Peter is directeur van een dierentuin. Welke zin past bij Peter?
a)
'Dierentuinen kunnen geen natuurlijk gedrag laten zien, maar dat hoeft ook niet.'
b)
'Dierentuinen denken aan het welzijn van dieren.'
c)
'Wilde dieren horen in de natuur.'
14.
Hier zie je een plaatje van het WNF.Wat doet het WNF?
a)
Ze bouwen aan een ecologische hoofdstructuur.
b)
Zij komen op voor bedreigde diersoorten.
c)
Zij zorgen voor de panda's in dierentuinen.
d)
Ze zijn een soort 'boswachter' organisatie.
Reset
