wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

brugklas havo/vwo Hoofdstuk 4 De Grieken

Total questions: 19

Worksheet time: 15mins

Name
Class
Date
1.
Een monarchie is?
a)
Grondgebied van een Griekse polis buiten Griekenland.
b)
Een land waarin een koning, koningin, keizer of keizerin de baas is.
c)
De leiders in Rome werden elk jaar gekozen. Maar aan de verkiezingen mochten lang niet alle mensen meedoen.

2.
De Grieken hadden kolonies in?
a)
Nederland, België, Duitsland
b)
Italië, Turkije, Spanje
c)
Italië, Turkije, Nederland
d)
Spanje, Turkije, Marokko
3.
Democratie is de beste manier om een land te regeren. Dit is een?
a)
Feit
b)
Mening
4.
Waarom hadden de Grieken kolonies?
a)
Ze wilden hun cultuur verspreiden.
b)
Hoe meer land, hoe meer macht. Ze wilden dus machtiger worden.
c)
In Griekenland was te weinig landbouwgrond. Mensen gingen
  daarom in andere gebieden wonen.
d)
Ze wilden dat iedereen democratisch werd. Gebieden waarin de
  mensen dat niet wilden werden voor straf veroverd.
5.
Een verhaal over goden en verzonnen wezens noemen we?
a)
Sage
b)
Toneel
c)
Mythe
6.
Hoe ging men in Athene om met mannen die toch teveel macht voor zichzelf wilden?
a)
Deze mannen werden gevangen gezet. 
b)
Deze mannen werden vermoord.
c)
Deze mannen werden verbannen uit de polis.
d)
Deze mannen werd het burgerschap ontnomen. 
7.
Wie was de Griekse oppergod?
a)
Zeus
b)
Poseidon
c)
Ares
d)
Hades
8.
Welke god was de broer van Zeus?
a)
Apollo
b)
Poseidon
c)
Ares
d)
Demeter
9.
Wat was de taak van de god Poseidon?
a)
God van de zeeën.
b)
God van de onderwereld.
c)
God van de wijsheid.
d)
God van de kunsten. 
10.
Wie was de god van de krijskunst? 
a)
Athena
b)
Aphrodite
c)
Hera
d)
Apollo
11.
Welke wetenschapper onderzocht als eerste de geschiedenis?
a)
Pythagoras
b)
Herodotus
c)
Ptolemaeus
d)
Hippokrates
12.
Waarom was Griekenland verdeeld in verschillende poleis?
a)
De Grieken voerden veel oorlogen met elkaar. 
b)
De verschillende poleis spraken andere talen.
c)
Het landschap zorgde ervoor dat communicatie lastig was.
d)
De Grieken konden dan beter handelen. 
13.
Het schervengericht is het proces dat bepaald of iemand verbannen wordt uit een stad.
a)
Deze zin is juist.
b)
Deze zin is onjuist. 
14.

Bij een aristocratie

a)

is 1 persoon de baas. Zijn positie is erfelijk.

b)

is het hele volk de baas. Zij kiezen de bestuurders.

c)

is 1 persoon de baas. Hij heeft met geweld de macht gegrepen.

d)

zijn meerdere personen de baas. Zij komen uit de rijkste families.

15.
Wat was de belangrijkste reden waarom de Grieken kolonies gingen stichten. 
a)
Er woonden te veel mensen in Griekenland. Ze zochten een rustige plek
b)
De Grieken hadden last van piraterij 
c)
Er werd te weinig voedsel verbouwd
d)
De grond was onvruchtbaar 
16.

Een Polis is:

a)

Een stuk land

b)

Een stad met omliggend gebied dat een eigen bestuur heeft

c)

steden in de bergen

d)

een persoon die alle macht heeft

17.

lees het bronnetje:

" Ik verzoek u om de naam van de personen van wie u vindt dat hij een bedreiging voor onze democratie is, op de scherf te krassen". De voorzitter strak de volksvertegenwoordiging van Athene ernstig toe. Alle mannen kerfden een naam in de scherf.


Welk politiek middel wordt beschreven in de bron?

a)

de Donkere eeuwen

b)

de oligarchie

c)

de filosofie

d)

het schervenrecht

18.

Welke van de onderstaande afbeeldingen hoort bij het tijdvak waar we nu mee bezig zijn..........

a)
b)
c)
d)
19.

Kies het juiste antwoord. Een democratie is..........

a)

een bestuursvorm waarbij één iemand regeert.

b)

een bestuursvorm waarbij een kleine groep mensen regeert.

c)

een heel moderne bestuursvorm.

d)

een bestuursvorm waarbij het volk regeert.