wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

woorden 5

Total questions: 20

Worksheet time: 18mins

Name
Class
Date
1.
Omcirkel is
a)
een vierkant zetten om een woord
b)
een rondje zetten om een woord
c)
uitzoeken
d)
proberen
2.
een hond is een .....
a)
buurman
b)
groot
c)
huisdier
d)
lichaam
3.
tegenovergestelde woord van groot is
a)
klein
b)
dik
c)
vies
4.
schoonmaken is
a)
uitzoeken
b)
netjes maken
c)
het vuil weghalen
5.
De bovenkant van het lichaam is ....
a)
het lijf
b)
het hoofd
c)
de arm
d)
het been 
6.
deze clown is ......
a)
groot
b)
dun
c)
klein
d)
dik
7.
tegenovergestelde woord van schoon is .....
a)
klein
b)
dik
c)
vies
8.
niet stilstaan is ....
a)
uitzoeken
b)
bewegen
c)
opruimen
d)
schoonmaken
9.
Hierin doe je water en kun je het makkelijk dragen 
a)
de doek 
b)
de emmer
c)
het huisdier
d)
de buurvrouw
10.
Een vrouw die naast of boven jou woont
a)
de buurvrouw
b)
de buurman
c)
het huisdier
d)
de doek
11.
Wat is geen werkwoord?
a)
schoonmaken
b)
opruimen
c)
doek
d)
bewegen
12.
Wat is het meervoud van de emmer?
a)
de emmeren
b)
de emmers
13.
Wat is het tegenovergestelde woord van dun ?
a)
groot
b)
klein
c)
dik
d)
vies
14.
Wat is geen zij woord?
a)
de buurvrouw
b)
de leraar
c)
het meisje
d)
de tante
15.
Een dier wat in of om het huis woont of leeft
a)
de buren
b)
de doek
c)
de emmer
d)
het huisdier
16.
de doek
a)
Hier kun je mee schoonmaken
b)
Hier doe je water in.
17.
Hoe maak je een vraagzin?
a)
Wie + doet + waar?
b)
Doet + wie + waar?
c)
Wie + doet + waar.
d)
Doet + wie + waar.
18.
Is dit een goede zin?
Loopt de man op straat.
a)
Ja
b)
Nee
19.
Is dit een goede vraagzin?
Zit de leerling op een stoel?
a)
Ja
b)
Nee
20.
Waar zie je een vraagteken?
a)
.
b)
?
c)
!
d)
,