NEW
Font size
S
M
L
XL
WorksheetsLILLE
Total questions: 40
Worksheet time: 2hrs 55mins
Name
Class
Date
1.
Hoe wordt de stad Lille in het Nederlands genoemd?
a)
Vlaanderen
b)
Rijsel
c)
Lillois
d)
Lillerijs
2.
Hoe heet het plein die op het plaatje te zien is?
a)
Place du Général de Gaulle
b)
Place du centre
c)
Place de la fonteine
d)
La Petite place
3.
Op het plaatje zie je "Euralille'. Wat is Euralille?
a)
Een treinstation
b)
Een concertzaal
c)
Een winkelcentrum
d)
Een museum
4.
Op het plaatje zie je "le vieux Lille". Wat is "le vieux Lille' voor wijk?
a)
Het nieuwe, moderne gedeelte van de stad Lille
b)
Een museum over de geschiedenis van Lille
c)
Het oude, historische gedeelte van de stad
d)
Een park om te wandelen in Lille
5.
De stad is Lille genoemd omdat de stad ontstond op een eilandje in de rivier (eiland = île)
a)
Juist
b)
Onjuist
6.
Wat heb jij gevraagd als iemand in het Frans tegen je zegt: "prenez la première rue à droite et ensuite la deuxième rue à gauche"
a)
Hoe laat de bus komt
b)
De prijs van een artikel
c)
De weg ergens naartoe
d)
Wat er op de menukaart staat
7.
Wat kun je in het Frans zeggen als je na moet denken?
a)
je ne sais pas
b)
je réfléchis
c)
j'attends
d)
je suis hollandais / hollandaise
8.
Wat vraagt een winkelmedewerker tegen je in een winkel als hij/zij zegt: "Vous chaussez du combien?" / "vous faites quelle pointure?"
a)
Wat wilt u drinken?
b)
Kan ik u helpen?
c)
Wat voor kledingmaat heeft u?
d)
Wat voor schoenmaat heeft u?
9.
Wat zeg je in het Frans als je iemand op straat of in een winkel aan wilt spreken?
a)
Au revoir
b)
Salut
c)
Excusez-moi
d)
Voilà
10.
Op het plaatje zie je een van de kunstwerken die in de stad Lille te vinden zijn. In 2004 zijn veel kunstwerken op straat gezet in Lille en gebleven. Waarom?
a)
Omdat Lille 200 jaar bestond in 2004
b)
Voor de verjaardag van een bekende kunstenaar
c)
Omdat Lille meedeed aan een kunstwedstrijd
d)
omdat Lille de culturele stad was in 2004
11.
Op het plaatje hiernaast zie je "le palais des beaux-arts". Wat kun je daar zien/doen?
a)
Kunst
b)
Optredens van muzikanten
c)
Een opleiding volgen
d)
De tweede kamer van Frankrijk
12.
Op het plaatje zie je de binnenkant van "la vieille bourse". Wat gebeurt er vaak in dit gebouw?
a)
Theater voorstellingen
b)
Politieke bijeenkomsten
c)
Boekenmarkten
d)
Vergaderingen
13.
Op het plaatje hiernaast zie je een winkel. De naam is "Meert" Wat voor winkel is dit?
a)
een apotheek
b)
een schoenenwinkel
c)
een slijterij (drank winkel)
d)
een banketbakker
14.
Sinds welk jaar bestaat de winkel "Meert"?
a)
1761
b)
1861
c)
1961
d)
2001
15.
In welke straat kun je exclusieve winkels vinden zoals Louis Vuitton?
a)
Rue Esquermoise
b)
Rue de la Monnaie
c)
Rue de Bethune
d)
Rue de la grande Chaussée
16.
Wat is "l'office de tourisme"?
a)
Het postkantoor
b)
Het VVV kantoor
c)
Een supermarkt
d)
Het politiebureau
17.
Wat is "Bétises de Cambrai"
a)
De naam van een kunstbeeld in Lille
b)
De naam van een snoepje uit Lille
c)
De naam van een beroemd restaurant in Lille
d)
De naam van een museum in Lille
18.
Op het plaatje zie je het restaurant "Flam's" in Lille. Welke specialiteit uit Lille kan men daar eten?
a)
Flammekueche
b)
Pannenkoeken
c)
Maroilles
d)
Potjevleesch
19.
Een aantal jaar geleden is de film "Bienvenue chez les ch'tis" een hit geweest in heel veel landen. Wat is een ch'ti?
a)
Iemand uit zuid Frankrijk die niet van de mensen uit noord Frankrijk houdt
b)
Iemand uit Frankrijk die in het noorden woont (Pas de Calais streek)
c)
De naam die Franse mensen geven aan iemand die geen Frans spreekt
d)
Iemand uit Frankrijk die hard praat
20.
Kun je "salut" tegen iemand zeggen als je de persoon niet kent?
a)
Ja
b)
Nee
21.
Welk woord (werkwoord vorm) moet je voor in de zin zetten als je beleefd iets wilt kopen / vragen etc... in Frankrijk?
a)
je veux
b)
je peux
c)
je voudrais
d)
je préfère
22.
Als je mensen niet kent is het in Frankrijk gebruikelijk om U te gebruiken (vous)
a)
juist
b)
onjuist
23.
Welk woord gebruik je in het Frans voor de derde klas?
a)
la sixième
b)
le collège
c)
la cinquième
d)
la troisième
24.
Welk vraagwoord gebruik je in het Frans als je de prijs van iets wilt weten?
a)
Comment
b)
Combien
c)
Pourquoi
d)
Quand
25.
Het bord op het plaatje kom je in Lille tegen in "une rue piétonne". Wat is dat?
a)
een schoolstraat
b)
een voetgangerpad
c)
een straat zonder auto's
d)
een straat waar voetgangers alleen op de stoep mogen lopen
26.
Wat gebeurd er in een winkel als het woord "soldes" wordt gebruikt?
a)
De winkel gaat dicht
b)
Het is uitverkoop
c)
Alles is uitverkocht
d)
Er komen nieuwe artikelen binnen
27.
In 'Euralille" is er een Carrefour. Wat voor soort winkel is dat?
a)
Een kledingwinkel
b)
Een soort van mediamarkt
c)
Een bouwmarkt winkel
d)
Een supermarkt
28.
Wat zeg je aan het eind van de zin als je in het Frans beleefd iets wilt vragen?
a)
Merci
b)
De rien
c)
s'il vous plait
d)
au revoir
29.
Wat zeg je in het Frans als je iets niet begrijpt?
a)
Je ne sais pas
b)
Je ne parle pas français
c)
Je ne réfléchi pas
d)
Je ne comprends pas
30.
Wat vraagt iemand in Frankrjik als hij zegt: "Vous voulez boire quelque chose?"
a)
Wilt u iets kiezen?
b)
Wilt u iets eten?
c)
Wilt u een zitten?
d)
Wilt u iets drinken?
31.
Wat heb je in het Frans gezegd als iemand tegen jou "de rien" antwoord?
a)
Bonjour
b)
Ca va?
c)
Merci
d)
s'il vous plait
32.
De trein op het plaatje kom je ook in Lille tegen. Hoe heet die trein?
a)
De Thalys
b)
De TGV
c)
Le grand train
d)
Le train bleu
33.
Op het plaatje zie je een specialiteit uit Lille. Wat is het voor specialiteit?
a)
een koekje
b)
een drank specialiteit
c)
een karamel snoepje
d)
een kaas specialiteit uit Lille
34.
Elk departement (streek) heeft in Frankrijk een nummer. Dit nummer staat ook in het klein op de kenteken van de auto's die daar rijden. Wat is het nummer van de departement waar Lille bij hoort? (Nord-pas-de-Calais)
a)
33
b)
75
c)
64
d)
59
35.
Op het plaatje hiernaast zie je een specialiteit uit Lille. Wat is het voor specialiteit?
a)
Een koekje
b)
Kaas
c)
Een taart
d)
Chocolade
36.
Wat zegt men tegen je in Frankrijk met "bonne journée"
a)
Hallo
b)
Tot morgen
c)
Fijne dag
d)
Welterusten
37.
Als iemand tegen je zegt: 'c'est interdit", dan mag iets wel.
a)
juist
b)
onjuist
38.
Wat is "un magasin"?
a)
een winkel
b)
een tijdschrift
c)
een opslagruimte
d)
een plek waar je kan eten
39.
Op het plaatje zie je een groene kruis. Bij welke winkels hangt dit bij de deur in Frankrijk?
a)
Een ziekenhuis
b)
De huisartsenpraktijk
c)
Een ehbo post
d)
Een apotheek
40.
Hoeveel moet je betalen als de medewerker / ober zegt: "Ca fait trente-trois euros cinquante s'il vous plaît."
a)
73 euro
b)
43,50 euro
c)
33,50 euro
d)
13 euro
Reset
