WorksheetsHerhalingsvragen 2e trimester
Total questions: 30
Worksheet time: 15mins
Name
Class
Date
1.
Reken uit op een kladblad en schrijf de uitkomst zo eenvoudig mogelijk.
a)
1/4
b)
5/10
c)
13/12
d)
26/24
2.
Vul juist aan.
a)
2
b)
4
c)
8
d)
kan niet!
3.
Reken uit op een kladblad en schrijf de uitkomst zo eenvoudig mogelijk.
a)
6/20
b)
3/10
c)
6/10
d)
3/5
4.
Reken uit op een kladblad en schrijf de uitkomst zo eenvoudig mogelijk.
a)
18/32
b)
12/48
c)
3/12
d)
1/4
5.
Reken uit op een kladblad en schrijf de uitkomst zo eenvoudig mogelijk.
a)
6/12
b)
1/2
c)
9/36
d)
1/4
6.
Welke oefening is fout uitgerekend?
a)
12 - (-5)
= 12 + 5
= 17
b)
12 + (- 5)
= 12 - 5
= 7
c)
(-12) - (-5)
= -12 - 5
= -17
d)
(-12) + (-5)
= -12 - 5
= -17
7.
Welke oefening is fout uitgerekend?
a)
(-2) . (-5) = 10
b)
12 : (-3) = -4
c)
(-20) : (-4) = 5
d)
(-6) . 2 = 12
8.
Reken uit:
(-2) . (-4) . 5 . (-3) =
(-2) . (-4) . 5 . (-3) =
a)
60
b)
-60
c)
120
d)
-120
9.
Reken uit op een kladblad en schrijf de uitkomst zo eenvoudig mogelijk.
a)
-3/2
b)
-45/30
c)
-27/50
d)
-4/13
10.
Waar is de oefening juist uitgerekend met de haakjesregel?
a)
5 - (15 - 2)
= 5 - 13
= -8
= 5 - 13
= -8
b)
5 - (15 - 2)
= 5 - 15 - 2
= 5 - 17
= -12
= 5 - 15 - 2
= 5 - 17
= -12
c)
5 - (15 - 2)
= 5 - 15 + 2
= 7 - 15
= -8
= 5 - 15 + 2
= 7 - 15
= -8
d)
5 - (15 - 2)
= 5 + 15 + 2
= 22
= 5 + 15 + 2
= 22
11.
Op kerstavond was het -2°C buiten en 21°C binnen. Wat is dan het temperatuurverschil? Welke berekening is juist?
a)
21 - 2 = 19°C
b)
21 - (-2) = 21 + 2 = 23°C
12.
Wat is het grootste? Reken uit op een kladblad.
a)
3/8 van 64
b)
2/3 van 36
c)
4/5 van 30
d)
ze zijn alle drie even groot
13.
Los op met de regel van drie: 5 dozen pralines kosten € 32. Hoeveel kosten 7 dozen? Je mag je rekentoestel gebruiken.
a)
€ 44
b)
€ 44,20
c)
€ 44,50
d)
€ 44,80
14.
Een kleedje van 60 euro wordt verkocht met een korting van 20 %. Hoeveel moet ik nog betalen? Je mag je rekentoestel gebruiken.
a)
12 euro
b)
36 euro
c)
48 euro
d)
72 euro
15.
Lauren heeft een zak van 40 knikkers. In deze zak zitten 6 gele knikkers. Hoeveel % is dat? Je mag je rekentoestel gebruiken.
a)
6 %
b)
15 %
c)
18 %
d)
24 %
16.
In een zak knikkers is 16 % van de knikkers rood. Er zitten 8 rode knikkers in de zak. Hoeveel knikkers telt de volledige zak? Je mag je rekentoestel gebruiken.
a)
2
b)
20
c)
50
d)
100
17.
Wat is de meest juiste naam voor [AB]?
a)
straal
b)
koorde
c)
middellijn
d)
diameter
18.
Welke bewering is fout als
|BM| = 2 cm
|BM| = 2 cm
a)
|CM| = 2 cm
b)
De diameter is 4 cm
c)
Je kan een koorde tekenen langer dan 3 cm
d)
BÂC is een middelpuntshoek
19.
Wat is de middelpuntshoek van 1 partje van Trivial Persuit?
a)
30°
b)
40°
c)
60°
d)
90°
20.
Welke bewering is fout?
a)
 en Πzijn de aanliggende hoeken van [AI]
b)
Ô is de overstaande hoek van [AI]
c)
[AI] en [OI] zijn de aanliggende zijden van hoek Â
d)
 is de ingesloten hoek van zijden [AI] en [AO]
21.
Vul aan:
driehoek AIO is ...
driehoek AIO is ...
a)
scherphoekig en gelijkbenig
b)
rechthoekig en gelijkbenig
c)
stomphoekig en gelijkzijdig
d)
scherphoekig en gelijkzijdig
22.
Bereken in driehoek AIO hoek  als |AI| = |IO| en Î = 80°. Maak eerst een schets op je kladblad!
a)
40°
b)
50°
c)
60°
d)
80°
23.
Vul aan: een rechte door een hoekpunt van die driehoek en door het midden van de overstaande zijde is een ...
a)
zwaartelijn
b)
deellijn
c)
middelloodlijn
d)
hoogtelijn
24.
Vul aan:
rechte c is een ...
rechte c is een ...
a)
zwaartelijn
b)
deellijn
c)
middelloodlijn
d)
hoogtelijn
25.
Vul aan: de aanliggende zijden van  zijn ...
a)
[AU] en [UD]
b)
[AI] en [AU]
c)
[AI] en [UD]
d)
[AO] en [IU]
26.
Vul aan: Û = ...
a)
60°
b)
70°
c)
80°
d)
90°
27.
Geef de meest passende naam voor vierhoek ABCD.
a)
een vierhoek
b)
een rechthoek
c)
een ruit
d)
een vierkant
28.
Welke bewering is fout?
a)
 = 100°
b)
|DL| = 3 cm
c)
|DI| = 5 cm
d)
Î = 100°
29.
Welke bewering is fout? De diagonalen van een rechthoek ...
a)
snijden elkaar middendoor
b)
staan loodrecht op elkaar
c)
zijn even lang
d)
snijden elkaar middendoor en zijn even lang
30.
Welke bewering is juist?
a)
Een parallellogram met even lange diagonalen is een ruit.
b)
Een rechthoek met even lange diagonalen is een vierkant.
c)
Een ruit met even lange diagonalen is een vierkant.
d)
Een ruit waarvan de diagonalen loodrecht op elkaar staan, is een vierkant.
100 %
