NEW
Font size
S
M
L
XL
WorksheetsHoofdstuk 1 en 2 Historisch overzicht van de Twintigste eeuw
Total questions: 34
Worksheet time: 23mins
Name
Class
Date
1.
Wie werd er vermoord in juni 1914?
a)
Niemand
b)
een Servische nationalist
c)
de kroonprins van Oostenrijk-Hongarije
d)
De Duitse keizer
2.
Wat was het gevolg van de moord in juni 1914?
a)
Oostenrijk was verdrietig
b)
Servië was boos
c)
Er ontstond een grote oorlog
d)
Iedereen kwam naar de begrafenis
3.
Wanneer ben je neutraal?
a)
Als je geen mening hebt
b)
Als je wel een mening hebt, maar die niet zegt
c)
Als je niet meevecht en geen partij kiest in een oorlog
d)
Als je jouw mening alleen opschrijft
4.
Waarom vochten er zoveel landen mee in WOI?
a)
Iedereen had een mening en wilde gelijk hebben
b)
Veel landen hoorden bij Frankrijk of Engeland of Duitsland en moesten mee vechten
c)
De rest van de wereld wilde Engeland helpen
d)
Dat ging vanzelf
5.
Wanneer was WOI?
a)
van 1914-1918
b)
van 1940-1945
c)
van 1900-1950
d)
lang geleden
6.
Trots zijn op je land en andere volkeren minder vinden dan je eigen volk noemen we?
a)
Nationalisme
b)
bondgenootschap
c)
neutraal
d)
Racisme
7.
Een afspraak tussen landen waarin staat dat ze elkaar zullen helpen en steunen als er één wordt aangevallen heet:
a)
Neutraal
b)
Bondgenootschap
c)
Vriendjespolitiek
d)
oorlog
8.
Wat is het Sneeuwbaleffect?
a)
Landen die allemaal mee gingen doen in de oorlog, omdat ze vrienden waren met een land die al in oorlog was.
b)
Wanneer er een enorm sneeuwbalgevecht is tussen allemaal landen.
c)
Wanneer er in korte tijd veel landen veroverd werden.
9.
Waarom waren de soldaten het vechten in WOI al snel zat?
a)
Ze kregen geen salaris
b)
Er werden verschrikkelijke wapens gebruikt en er vielen vele doden
c)
Hun leiders waren niet slim
d)
Ze kregen niet genoeg wapens
10.
Wat houdt "Shell shock" in?
a)
De angst die de soldaten hadden om de vijand te bestormen
b)
Het geluid dat kogels maken als ze worden afgevuurd
c)
Een psychisch aandoening als gevolg van militaire trauma's
d)
Een nieuwe soort vuurpijl
11.
Wie kreeg de schuld van de Eerste Wereldoorlog?
a)
Frankrijk
b)
Servie en Rusland
c)
Engeland
d)
Duitsland
12.
Dit land vocht niet mee aan de kant van de Centralen
a)
Duitsland
b)
Nederland
c)
Oostenrijk-Hongarije
13.
Deze landen vormden samen de Triple Entente
a)
Engeland, Frankrijk, Rusland
b)
Engeland, Frankrijk, Duitsland
c)
Engeland, Frankrijk, Nederland
d)
Frankrijk, Rusland, Italie
14.
Dit land deed pas in 1917 mee met de oorlog
a)
Verenigde Staten
b)
Canada
c)
Nederland
d)
Belgie
15.
In WOI werden voor het eerst chemische wapens gebruikt, namelijk …
a)
chroomgas
b)
mosterdgas
c)
koolstofgas
16.
Wat wordt er herdacht op 11 november?
a)
Wapenstilstand
b)
Begin van de Eerste Wereldoorlog
c)
Ontstaan van België
17.
Het Schlieffenplan hield het volgend in...
a)
Duitsland wil Frankrijk bereiken via België
b)
Frankrijk wil Duitsland bereiken via Belgïe
18.
Het Schlieffenplan is gelukt?
a)
Waar, want de Duitsers konden zonder probleem door België trekken richting Frankrijk.
b)
Niet waar, België weigerde de doortocht en kwam zo in de oorlog.
19.
De leefomstandigheden in de loopgraven kenmerkt zich door volgende kenmerken:
a)
hygiëne, veiligheid en gezondheid
b)
ziekte, sterfte en onveiligheid
c)
hygiëne, sterfte en gezondheid
20.
Wie kwam er met de Russische Revolutie aan de macht?
a)
Trotski
b)
Lenin
c)
Stalin
d)
Nicolaas
21.
Wie was de leider van Bolsjevieken tijdens de Russische revolutie?
a)
Lenin
b)
Stalin
c)
Gorbatsjov
d)
Kamenev
22.
Zet in de juiste volgorde
a)
Lenin-Stalin-Tsaar
b)
Stalin-Tsaar-Lenin
c)
Tsaar-Stalin-Lenin
d)
Tsaar-Lenin-Stalin
23.
Het communisme had een planeconomie. Dat houdt in dat de overheid bepaalt wat en hoeveel er wordt geproduceerd
a)
Juist
b)
Onjuist
24.
Door welke omstandigheden waren de ideeen van Karl Marx welkom in Rusland begin 20e eeuw?
a)
Door de opkomst van Hitler en de dreiging die daar vanuit ging uit Duitsland
b)
Door het opkomen van wereld imperialisme en de ontwikkelingen die daaruit volgde
c)
Doordat Rusland pas laat industrialiseerde en de leef en werkomstandigheden daarom beroerd waren
d)
Vrijheid, gelijkheid en broederschap vanuit de Franse revolutie nu grond kregen in Rusland
25.
Hoort de volgende zin bij een planeconomie of een vrijemarkteconomie?
Winst maken is belangrijk
Winst maken is belangrijk
a)
Planeconomie
b)
Vrijemarkteconomie
26.
Na de dood van Lenin komt Stalin aan de macht. Hij wil van de SU een machtige staat maken. Dit wil hij bereiken via de zware industrie. In 1928 voert hij planeconomie in met vijfjarenplannen. De gevolgen waren:
a)
Het leek heel goed te gaan, maar de kwaliteit van de producten waren laag en de leef- en werkomstandigheden waren slecht
b)
Stalin legde de planeconomie op met gebruik van zware terreur
c)
Dat Rusland floreerde. De economie groeide en alle boeren verdiende het zelfde. De boeren hadden het nu beter
d)
Niemand snapte wat de bedoeling was. Het plan werd niet goed uitgevoerd en de boeren kregen het slechter dan eerst
27.
Wat is propaganda?
a)
Een poster
b)
Politieke reclame
c)
Reclame voor een product
28.
Waarom vonden de mensen het communisme een goede oplossing tijdens de economische crisis?
a)
Door het communisme werd iedereen rijker.
b)
Communisten willen dat iedereen evenveel geld en macht heeft.
c)
Het communisme was het enige waar ze nog uit konden kiezen.
d)
Ze zagen dat het in Rusland zo goed ging na de communisten aan de macht waren.
29.
Welk woord past het beste bij het begrip communisme?
a)
Vrijheid
b)
Nationalisme
c)
geweld is goed
d)
gelijkheid
30.
Welk kenmerkend aspect past het beste bij de onderstaande afbeelding?
a)
Industriële Revolutie
b)
Modern Imperialisme
c)
Opkomst politieke stromingen
d)
Het voeren van twee wereldoorlogen
31.
Welk begrip hoort bij deze afbeelding?
a)
Propaganda
b)
Persoonsverheerlijking
c)
Nationalisme
d)
Indoctrinatie
32.
De Eerste Wereldoorlog brak uit naar aanleiding van een moordaanslag in Serajewo. Maar lang daarvoor groeiden er al tegenstellingen waarbij steeds meer landen werden betrokken. Wat was een dieperliggende oorzaak van de Eerste Wereldoorlog?
a)
De rivaliteit tussen Engeland en Rusland vanwege de dreigende communistische revolutie
b)
De rivaliteit tussen Engeland en Rusland vanwege het toenemende nationalisme
c)
De rivaliteit tussen Frankrijk en Duitsland vanwege de Franse nederlaag in 1870
d)
De rivaliteit tussen Frankrijk en Duitsland vanwege het verlies van Elzas-Lotharingen waarvoor Duitsland wraak zocht
33.
De Eerste Wereldoorlog verliep dramatisch voor Rusland. Er braken rellen uit die uitliepen op de Russische Revolutie. Welke invloed had de Russische Revolutie op het verloop van de Eerste Wereldoorlog?
a)
Dankzij de Russische Revolutie kon Duitsland meer legers inzetten in Frankrijk.
b)
Dankzij de Russische Revolutie kregen de Geallieerden er een sterke bondgenoot bij.
c)
Door de Russische Revolutie kreeg Duitsland een sterke tegenstander bij.
d)
Door de Russische Revolutie verloor Duitsland een sterke bondgenoot.
34.
Wat deed Lenin NIET om ervoor te zorgen dat zijn grote rijk niet uit elkaar viel.
a)
Hij noemde Rusland de Unie van Socialistische Sovjetrepublieken.
b)
Lenin koos voor een dictatuur.
c)
Lenin wilde geen communistische ideologie doorvoeren.
d)
Geen van de bovenstaande.
Reset
