WorksheetsH2-H3 Woordenschat
Total questions: 12
Worksheet time: 42mins
Name
Class
Date
1.
Gebruik een voor- of achtervoegsel:
Als je iets elke maand doet, dan doe je dat .......
Als je iets elke maand doet, dan doe je dat .......
a)
elke maand
b)
maandelijks
c)
intermaand
d)
maandlijks
2.
Gebruik een voor- of achtervoegsel:
Van een laag cijfer word ik niet gelukkig, oftewel ik word .............
Van een laag cijfer word ik niet gelukkig, oftewel ik word .............
a)
gelukloos
b)
niet gelukkig
c)
gelukkigloos
d)
ongelukkig
3.
In het lokaal heerste een complete wanorde.
a)
geen orde
b)
veel orde
c)
niet meer orde
d)
wel orde
4.
Het experiment werd een complete mislukking.
a)
flop
b)
succes
5.
Wat is een tegenstelling van daad?
a)
Wandaad
b)
Misdaad
c)
Ondaad
d)
Daadloos
6.
Communicatie tussen twee plekken heet ook wel een .......com
a)
ex
b)
her
c)
inter
d)
non
7.
Als je iets koopt bij de Jumbo en het is geen voedsel, dan noem je dat ook wel: ..... food.
a)
ex
b)
her
c)
inter
d)
non
8.
Iemand die president is geweest, noem je ook wel een .... president.
a)
ex
b)
her
c)
inter
d)
non
9.
Het .... van het huis werd in 3D getoond.
a)
product
b)
milieu
c)
ontwerp
d)
respect
10.
Omdat het onveilig was, werd het .... uit de handel gehaald.
a)
product
b)
milieu
c)
ontwerp
d)
respect
11.
Welk woord heeft een voorvoegsel?
a)
opnieuw
b)
ongelijk
c)
nieuw
d)
gelijk
12.
Welk werkwoord herken je bij het volgende woord: 'reactie'.
a)
Reacteren
b)
acteren
c)
Reageren
100 %
