NEW
Font size
S
M
L
XL
WorksheetsTaal Groep 6 Thema 4. ZN in het meervoud
Total questions: 20
Worksheet time: 26mins
Name
Class
Date
1.
Wat is het meervoud van ei
a)
eis
b)
eitjes
c)
eieren
d)
eien
2.
Wat is het meervoud van komma?
a)
kommaen
b)
kommaas
c)
kommas
d)
komma's
3.
Wat is het meervoud van...
dag?
dag?
a)
daggen
b)
daagen
c)
dagen
4.
Wat is het meervoud van...
weg?
weg?
a)
weggen
b)
weegen
c)
wegen
5.
Wat is het meervoud van...
smid?
smid?
a)
smidden
b)
smiden
c)
smeden
d)
smeeden
6.
Wat is het meervoud van...
doel?
doel?
a)
doels
b)
doellen
c)
doelen
d)
doeleren
7.
Wat is het meervoud van...
stap?
stap?
a)
stappen
b)
staps
c)
stapen
d)
stapjes
8.
Wat is het meervoud van...
glas?
glas?
a)
glazen
b)
glasen
c)
glaazen
d)
glaasen
9.
Wat is het meervoud van...
snelheid?
snelheid?
a)
snelheden
b)
snelheiden
10.
Wat is het meervoud van...
bezigheid?
bezigheid?
a)
bezighheden
b)
bezigheiden
c)
bezigheden
11.
Wat is het meervoud van...
schip?
schip?
a)
schepen
b)
scheepen
c)
schippen
d)
schips
12.
Wat is het meervoud van...
blad?
blad?
a)
bladen
b)
blaaden
c)
bladden
13.
Wat is het meervoud van...
slot?
slot?
a)
sloten
b)
slooten
c)
slootten
d)
slotten
14.
Wat is het meervoud van dictee?
a)
dictees
b)
dictee's
15.
Het meervoud van muur is:
a)
muuren
b)
muren
c)
murren
16.
Het meervoud van dief is:
a)
diefen
b)
dieven
c)
dievven
d)
dieffen
17.
Het meervoud van speklap is:
a)
speklappen
b)
speklapen
c)
speklaapen
18.
Noteer het meervoud van: druif
a)
druifen
b)
druiven
19.
Noteer het meervoud van: afspraak
a)
afspraaken
b)
afspraken
20.
Wat is het meervoud van sleutel?
a)
sleutols
b)
sleutels
c)
sleutel's
d)
sleutelen
Reset
