wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

SN V5 Hoofdstuk 9

Total questions: 24

Worksheet time: 33mins

Name
Class
Date
1.
Een oscilloscoop staat ingesteld op 2ms/div.
Bereken de trillingstijd T.
a)
T = 0,08 s
b)
T = 0,008 s
c)
T = 8 s
d)
T = 2 s
2.
Een echolood op een zeeschip geeft een diepte aan van 3020 meter. Hoe lang is de geluidspuls onderweg geweest?
a)
1 seconde
b)
2 seconden
c)
3 seconden
d)
4 seconden
3.
Als je een veer uitrekt, is de benodigde kracht F recht evenredig met de uitrekking u. De evenredigheidsconstante is de veerconstante C.
De formule voor kracht, uitrekking en veerconstante is
a)
F=C*u
b)
F=C/u
c)
F=u/C
d)
F=0,5Cu2
4.

Een massa van 0,30 kg hangt aan een veer. De veer wordt verder uitgetrokken en losgelaten. De maximale snelheid van de massa is 4,0 m/ s. De Amplitude is 20 cm.

De maximale kinetische energie van het massa-veer-systeem is

a)

1,2 J

b)

2,4 J

c)

4,8 J

d)

9,6 J

5.

Een massa van 0,30 kg hangt aan een veer. De veer wordt verder uitgetrokken en losgelaten. De maximale snelheid van de massa is 4,0 m/s. De amplitude is 20 cm.

De veerconstante van de veer is :

a)

40 N/m

b)

80 N/m

c)

120 N/m

d)

160 N/m

6.
De eenheid die hoort bij de grootheid golflengte, met symbool λ, is de … .
a)
kilogram
b)
hertz
c)
meter
d)
kilometer
7.

Het beginpunt P van een koord PQR voert vanaf t = 0 s één harmonische trilling uit. Deze plant zich voort in het koord met v = 20 m/s en kaatst terug in R. Van het punt Q is het (u,t)‑diagram weergegeven in de figuur.

a)

P ging op t = 0 s door de evenwichtsstand omlaag.

b)

P ging op t = 0 s door de evenwichtsstand omhoog.

8.
Het beginpunt P van een koord PQR voert vanaf t = 0 s één harmonische trilling uit. Deze plant zich voort in het koord met v = 20 m/s en kaatst terug in R. Van het punt Q is het (u,t)‑diagram weergegeven in de figuur.
Hoe groot is PQ?
a)
2,6m
b)
3,2m
c)
5,4m
d)
8,6m
9.
Het beginpunt P van een koord PQR voert vanaf t = 0 s één harmonische trilling uit. Deze plant zich voort in het koord met v = 20 m/s en kaatst terug in R. Van het punt Q is het (u,t)‑diagram weergegeven in de figuur.
De heengaande golf bereikt Q op het tijdstip t1; de teruggekaatste golf bereikt Q op het tijdstip t2. Hoe groot is t2 ‑ t1?
a)
0,16s
b)
0,28s
c)
0,30s
d)
0,44s
10.
Bereken de frequentie van dit signaal.
a)
0,2 Hz
b)
5 Hz
c)
200 Hz
d)
400 Hz
11.

De elektrische gitaar is niet aangesloten op een geluidsinstallatie. Als je erop gaat spelen welke gitaar klinkt harder?

a)

Gewone gitaar

b)

Elektrische gitaar

12.

De tijdinstelling van de drie oscilloscoopschermen is 1 ms per hokje.

Welke zin is onjuist?

a)

In scherm C is een zachte toon afgebeeld.

b)

In scherm B is een lage toon afgebeeld

c)

In scherm C is de laagste toon afgebeeld.

d)

In scherm A en scherm C is dezelfde toon afgebeeld.

13.

Door een touw loopt een transversale golf naar rechts. P is een punt van het touw.

Welke van de pijlen in de tekening geeft de bewegingsrichting van P juist weer?

a)

Pijl 1

b)

Pijl 2

c)

Pijl 3

d)

Pijl 4

14.

Vanuit de trillingsbron T worden cirkelgolven uitgezonden met een golflengte van 2,0 cm. Bekijk de trillingen van de punten P en Q (zie figuur).
Hoe groot is het faseverschil  ϕPϕQ\phi_P-\phi_Q  ?

a)

 12-\frac{1}{2}  

b)

0

c)

 12\frac{1}{2}  

d)

1

15.

Een gespannen snaar resoneert op de in de figuur aangegeven wijze bij een frequentie van 24 Hz.

Bij welke van de volgende frequenties is de snaar ook in resonantie?

a)

6

b)

8

c)

32

d)

36

16.

Een gespannen snaar wordt door een trillingsbron met constante frequentie in trilling gebracht. Er ontstaan zes buiken.

De spankracht wordt groter gemaakt, waardoor de voortplantingssnelheid van de golf 2x zo groot wordt.

Ontstaat er bij dezelfde frequentie weer een staande golf en zo ja, hoeveel buiken ontstaan er dan?

a)

nee

b)

ja, 3 buiken

c)

ja, weer 6 buiken

d)

ja, 12 buiken

17.

P en Q zijn twee puntvormige trillingsbronnen met dezelfde fase, die cirkelgolven uitzenden.

Door interferentie ontstaan er buiklijnen (verzamelingen van punten met een maximale amplitudo).

In de figuur zijn alle buiklijnen tussen P en Q getekend. Voor het punt A op een van de buiklijnen geldt: AP = 8,4 cm, AQ = 12,0 cm.

Hoe groot is de golflengte van deze cirkelgolven?

a)

1,2 cm

b)

1,8 cm

c)

3,6 cm

d)

7,2 cm

18.

Wat geldt voor de frequentie van draaggolven?

a)

Die is kleiner dan de frequentie van de informatie

b)

Die is ongeveer even groot als de frequentie van de informatie

c)

Die is groter dan de frequentie van de informatie

19.

Welk soort modulatie zien we hier?

a)

FM

b)

DM

c)

AM

d)

M&M

20.

Welke formule geldt voor radiogolven?

a)

v=λfv=\lambda\cdot f

b)

c=λfc=\lambda\cdot f

c)

f=cλf=c\cdot\lambda

d)

v=λcv=\lambda\cdot c

21.

In de figuur zie je een snaar die tussen twee punten A en B is ingespannen. Wat kun je zeggen over de trilling in de snaar?

a)

De snaar trilt in de grondtoon

b)

De snaar trilt in de eerste boventoon

c)

De snaar trilt in de tweede boventoon

d)

De snaar trilt in de derde boventoon

22.

In de figuur zie je een dwarsdoorsnede van een blokfluit. Je mag de blokfluit beschouwen als een buis met twee open uiteinden. Welke relatie is er tussen de lengte l van de blokfluit en de golflengte?

a)

l=n14λl=n\cdot\frac{1}{4}\lambda

b)

l=n12λl=n\cdot\frac{1}{2}\lambda

c)

l=(2n1)12λl=\left(2n-1\right)\cdot\frac{1}{2}\lambda

d)

l=(2n1)14λl=\left(2n-1\right)\cdot\frac{1}{4}\lambda

23.

In de figuur zie je een stemvork die op een klankkast is gemonteerd. Door de klankkast wordt het geluid van de stemvork versterkt. Op welk natuurkundig principe is dit gebaseerd?

a)

Amplitude modulatie

b)

Buiging

c)

Resonantie

d)

Trillingen

24.

In de figuur zie je een liniaal die aan één zijde vastgeklemd zit aan de tafel en de andere zijde kan vrij bewegen. De liniaal trilt in de grondtoon. De liniaal trilt met een frequentie van 50 Hz en het deel dat kan trillen is 40 cm lang. Bereken de golfsnelheid.

a)

25 m/s

b)

50 m/s

c)

80 m/s

d)

120 m/s