NEW
Font size
S
M
L
XL
Worksheetsklas O1b
Total questions: 25
Worksheet time: 18mins
Name
Class
Date
1.
Wat is dit?
a)
het brood
b)
het fruit
c)
de boterham
d)
de kaas
2.
Wat is geen werkwoord?
a)
Eten
b)
Drinken
c)
Bakken
d)
Lunch
3.
Een brood
a)
twee borden
b)
twee broden
c)
twee brooden
d)
brodden
4.
Wat is smeren?
a)
met het mes verdelen
b)
met de lepel verdelen
c)
met de vork verdelen
d)
warm maken in de oven
5.
Hoe laat is het op deze klok?
a)
10:00
b)
13:00
c)
14:00
d)
15:00
6.
Wat is koken?
a)
Warm maken in een pan of oven
b)
Daar leg je het eten op
c)
Warm maken in een pan met water
7.
Wat is geen drinken?
a)
Cola
b)
melk
c)
friet
d)
water
8.
Wat is een bord?
a)
Daar doe je het drinken in
b)
Daar leg je het eten op
9.
Waar zie jij een vraagzin?
a)
Hallo, ik ben mevrouw Hilde.
b)
Hoe heet jij?
c)
Ik woon in Den Bosch
10.
Wat is een zelfstandig naamwoord?
a)
De keuken
b)
eten
c)
drinken
d)
schillen
11.
Eten in de ochtend
a)
de lunch
b)
het diner
c)
het ontbijt
d)
de kaas
12.
Hoe laat is het op de klok?
a)
5 over half 12
b)
5 voor half 12
c)
5 over half 1
d)
5 voor half 1
13.
Ik eet
a)
wij eeten
b)
wij eten
c)
wij eet
14.
een kaas
a)
twee kaasen
b)
twee kasen
c)
twee kazen
15.
eten in de avond
a)
de lunch
b)
het diner
c)
het ontbijt
16.
Hoe laat is het op deze klok?
a)
kwart voor 10
b)
kwart over 9
c)
kwart voor 9
d)
kwart over 10
17.
Wat kun je schillen?
a)
een boterham
b)
de melk
c)
een appel
d)
het bord
18.
Zij
a)
de opa
b)
de lerares
c)
de jongen
d)
de meester
19.
een kwartier is ......
a)
10 minuten
b)
60 minuten
c)
15 minuten
d)
30 minuten
20.
Wat is een keuken?
a)
daar slaap je
b)
daar kook je
c)
daar kijk je televisie
d)
daar zit je buiten
21.
Bij kwart voor staat de grote wijzer op de
a)
3
b)
6
c)
9
d)
12
22.
Wat is een goede zin?
a)
Hij loopt naar school.
b)
loopt hij naar school.
c)
hij naar school lopen.
23.
het bestek is
a)
het mes, de vork, de lepel
b)
de lepel, de vork, het bord
c)
het mes, de vork, de kaas
24.
9.30
a)
het is ochtend
b)
het is middag
c)
het is avond
d)
het is nacht
25.
21.45
a)
het is ochtend
b)
het is middag
c)
het is avond
d)
het is nacht
Reset
