NEW
Font size
S
M
L
XL
WorksheetsQuiz thema 4: Hoofdstuk 1 + 2
Total questions: 20
Worksheet time: 10mins
Name
Class
Date
1.
Welk document hoort bij de de volgende situatie:
Een koper is niet akkoord met de prijs op het factuur en verwacht een compensatie. Dit stelt hij schriftelijk op.
Een koper is niet akkoord met de prijs op het factuur en verwacht een compensatie. Dit stelt hij schriftelijk op.
a)
Een klachtenbrief
b)
Een creditnota
c)
Een factuur
d)
Een betaling
2.
Waar of niet waar? Het antwoord op de klachtenbrief is de betaling.
a)
Waar
b)
Niet waar
3.
Is handelskorting de korting die een klant krijgt wanneer hij voor een grote hoeveelheid aan goederen aankoopt?
a)
Ja
b)
Nee
4.
Op welke manier kan een onderneming GEEN reclame maken?
a)
Door de krant
b)
Door een tijdschrift
c)
Door een radiospot
d)
Door slecht werk te leveren
5.
Waar of niet waar? Bij een prijsaanvraag moet ik ook het adres van de verkoper vermelden.
a)
Waar
b)
Niet waar
6.
Wie stelt het factuur op?
a)
Koper
b)
Verkoper
7.
Welke stap verdwijnt wanneer je een broodje bestelt bij de Panos?
prijsaanvraag - prijsofferte - bestelling - kasticket - betaling
prijsaanvraag - prijsofferte - bestelling - kasticket - betaling
a)
Prijsaanvraag
b)
Prijsofferte
c)
Bestelling
d)
Kasticket
8.
Waar of niet waar? De financiële korting is een synoniem voor 'korting voor contact'
a)
Niet waar
b)
Waar
9.
Waarom moet de koper een exemplaar hebben van een leveringsbon?
a)
Om te bewijzen dat de verkoper het goed geleverd heeft.
b)
Om te controleren of deze overeenkomt met de bestelbon.
10.
Welk onderdeel vind je terug op de factuur?
a)
Handtekening koper
b)
De herstellingskosten
c)
De prijsberekening in detail
d)
De leveringskosten
11.
Wat doe je bij de prijsberekening op het factuur met
de handelskorting
de handelskorting
a)
Die trek je van je brutoprijs af.
b)
Die tel je bij je brutoprijs op.
12.
Welke korting wordt in de berekening van het factuurbedrag eerst eraf getrokken en er dan weer bij opgeteld?
a)
Handelskorting
b)
Promotiekorting
c)
Financiële korting
13.
Wie stelt de creditnota op?
a)
De koper
b)
De verkoper
14.
Welk handelsdocument is dit?
a)
Prijsaanvraag
b)
Prijsofferte
c)
Factuur
d)
Kasticket
15.
Welk handelsdocument is dit?
a)
Prijsaanvraag
b)
Prijsofferte
c)
Bestelbon
d)
Leveringsbon
16.
Wat is de maatstaf van heffing?
a)
Hierop wordt de handelskorting berekend.
b)
Hierop wordt de financiële korting berekend.
c)
Hierop wordt de btw berekend.
d)
Dit moet de klant uiteindelijk betalen.
17.
Waar of niet waar? Wanneer een klant geniet van een handelskorting, zal hij beloond worden wanneer hij contant betaalt.
a)
Waar
b)
Niet waar
18.
Op welke manier kan je geen laptop betellen?
a)
Telefonisch
b)
Via e-mail
c)
Schriftelijk
d)
Door thuis te wachten
19.
Wat ontbreekt er op deze bestelbon?
a)
Handtekening van de verkoper
b)
Handtekening van de koper
c)
Er ontbreekt niets
20.
Snap je de leerstof nu volledig en ga je de toets supergoed doen?
a)
Ja
b)
Nee
Reset
